| Inhoudsopgave | |
| Inleiding |
Lassen van staalconstructies |
|
Deel 1 Lasprocessen |
Soorten lasprocessen Lasprocessen |
|
Deel 2 Normen en procedures |
Lasposities Lassymbolen Lasnaadvormen Kwaliteitseisen Lasonderzoek Toelaatbare lasfouten |
|
Deel 3 Praktijktips |
Krimp Schaarwerking door krimp Lasvolgorde Richten Invloed van krimpspanningen Parallellen met andere vormen van verhitten |
|
Deel 4 Vaktaal |
Begrippenlijst |
![]() |
|
| Stompe las | Niet-stompe las |
Bij een stompe las zijn de materialen over de volledige dikte samengesmolten. De term "stompe las" heeft dus niets te maken met de hoek van de voorbewerking.
Bij een niet-stompe las blijft er een (eventueel dichtgedrukte) spleet bestaan tussen de op elkaar gelaste delen. Veelal zal er bij hoeklassen sprake zijn van niet-stompe lassen en bij V-naden van stompe lassen. Dit is echter niet per definitie zo.
InbrandingInbranding is de mate, waarin het moedermateriaal, doordat het is gesmolten, onderdeel van de las is geworden. Vaak wordt de inbranding uitgedrukt in millimeters, waarmee de dikte van het gesmolten moedermateriaal wordt bedoeld. |
|
De warmte-beïnvloede zone (ook wel HAZ genoemd, van de Engelse term "Heat Affected Zone") is dat deel van het materiaal, dat onder invloed van de toegevoerde warmte een structuurverandering heeft ondergaan.
De tegenlas is de las, die soms aan de onderzijde van een V-naad wordt gelegd. Bij goed schoongutsen sluit deze tegenlas de kans op onvoldoende doorlassing uit. Er is voldoende doorlassing als de delen over de gehele dikte volledig aan elkaar zijn gelast.
Tegenlassen is echter niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld bij buizen, die een te kleine diameter hebben om aan de binnenzijde te worden gelast.
| Raadpleeg de normenpagina van het Nederlands Instituut voor Lastechniek (NIL) http://www.nil.nl/normen.htm om te zien of de lasnormen nog geldig zijn. |