Brandweermuseum Warden

Uit 'Het Gezinsblad', 4 juni 1997, Theo van der Zeijden





WARDEN, -- Binnenkort krijgt de brandweer nieuwe, modernere helmen. Evert Arzoni en Henk Mol lopen er al op te azen, want zo'n hoofddeksel mag niet ontbreken in hun brandblusapparaten en -accessoiresmuseum, dat men vindt aan Warder 86.
Het kan niet missen: aan het tuinpad staan, in beton verankerd, twee felrode brandkranen.

Tegen de heg naast het huis staat een buitenmodel blusser. "Gekregen toen ik 50 jaar werd", verduidelijkt Evert die van 1972 tot '89 als brandwacht tweede klasse lid was van de vrijwillige brandweer in het lintdorp dat zich kolometerslang uitstrekt tot de IJsselmeerkust.
In dat laatste jaar ging de eigen wagen naar Oosthuizen. Ergens 'halverwege', in 1980, is het allemaal begonnen toen Evert van iemand een bronzen koppeling kreeg.

Van het een kwam het nader en inmiddels barst het schuurtje achter het huis bijna uit z'n voegen. Zelfs de aanbouw, razendsnel gerealiseerd tijdens een dagje afwezigheid van echtgenote Anneke, staat vol.

"Op de kop af 425 poeder- en koolzuur-sneeuwblussers en niet één dubbele", meldt de 53-jarige Arzoni vol trots, terwijl hij voor de zekerheid een ordner openslaat om te controleren of hij zich niet vergist. Dat aantal blussers is nog niet alles, want het schuurtje bevat verder slangen, persluchtmaskers, straalpijpen, koperen opzetstukken, een op benzine werkend lichtaggregaat, bijlen, (brandkraan) bordjes, pakken, petten (van commandant Kok met het gemeentewapen erop, werkjassen en nog veel meer.

Broertje dood
Alle brandblusapparaten- en -accessoires worder keurig onderhouden, want aan stofnesten en spinnenwebben heeft Evert een broertje dood. De administratie wordt niet minder nauwlettend bijgehouden. Compleet met plaats van herkomst en het jaartal, voorzover dat althans is te achterhalen.

Een pak-met-helm van de Oostenrijkse brandweer mag niet onopgemerkt blijven. Dat kreeg Arzoni van een collega-verzamelaar. Bij eventuele dubbele exemplaren wordt dan ook als eerste aan die gullen Oostenrijker gedacht. Dat is echter een probleem, want met de beste wil van de werled kan hij niets dubbels ontdekken. Zelfs de slangen en maskers verschillen.

Evert, werkzaam als monteur in zijn woonplaats, heeft geen vervoer om al die attributen naar zijn huis te transporteren. Daarvoor kan hij echter een beroep doen op Henk Mol die als besteller bij PTT Post in Hoorn werkt. "hij draait zijn hand nergens voor om", aldus de geboren en getogen "Wardenees".

"Als Henk ergens iets ziet staan wat ook maar enigzinds lijkt op een brandweeraccessoire, belt hij gewoon aan. Soms wil men er afstand van doen. Al is het een miniatuurautotje."

Diploma's, certificaten en andere bewijsstukken van zijn 17-jarige staat van dienst hangen onder elkaar aan de muur, naast voorwerpen die de leek niets zeggen. Zoals een (uiteraard rode) pieperkast. "Die is afkomstig uit het Streekziekenhuis Hoorn", verduidelijkt Arzoni.

"Door Henk meegenomen", voegt hij er, haast overbodig, aan toe.

Aan het plafond bevinden zich tientallen cylinders, glazen buizen met schuimvormende middelen als zwavelzuur of soortgelijke inhoud voor 'natte' blussers. Tussen de honderden rode exemplaren vallen een enkele gele en wat blauwe blussers op.
"Vroeger maakte de kleur niet zoveel uit totdat het ministerie besloot rood als brandweerkleur in te voeren."

"Purmerend had bijvoorbeeld gele voertuigen", laat Evert weten en wijst, de 'rondleiding' voortzettend, op nog zo'n vreemd attribuut.
"Een kwartiermakersstok uit 1896 die hoorde bij de kleine spuit van Warder." Op het tuinpad ontdekt uw redacteur nog een zandkist, waarnaast een Porsche-pomp uit 1961 staat en een soortgelijk apparaat dat van de Beetser bluesgroep is geweest.

Overigens: Arzoni's dochter is lid van de Reddingsbrigade en echtgenote Anneke heeft eveneens een brandblusser. De enige die werkt en voor calamiteiten in de keuken is bedoeld...