Mijndert en Mijntje op Creative Brainwave Website sprookjes sprookje creatief creativiteit schrijven verhalen verhaal

De ongelofelijke avonturen van
Mijndert en Mijntje


Een willekeurige greep uit het bewogen leven van een gouden duo.


Mijndert


Mijntje

Mijndert en Mijntje hadden een eigen bedrijfje opgezet. In de voortuin stond een bord met de tekst: 'Privé-detectives. Drie keer bellen. Eén keer wel, twee keer niet.'
Al gauw werd er drie keer gebeld. Daar was hun eerste klant. Het was Chriet Titulaer. Hij was zijn portemonnee kwijt. "Wat zat erin?", vroeg Mijndert nieuwsgierig. "Geld", antwoordde Chriet. Dit werd genoteerd. Chriet ging in de wachtkamer zitten en Mijndert en Mijntje liepen naar buiten. Onderweg vond Mijntje ineens een portemonnee in de zakken van een veenlijk die daar in de goot lag. Ze raapte hem op en keek erin. "43 duizend gulden", telde ze. Hiermee liepen ze terug. "Maar dat is mijn portemonnee helemaal niet", begon Chriet Titulaer te huilen. "En wat erin zit?", vroeg Mijntje. Chriet keek naar het geld. "Dat is wel van mij", antwoordde hij. "En nu betalen", zei Mijndert. Er werd gebeld. In de ontstane commotie verdween Chriet zonder te betalen en kwam de tweede klant binnen. Het was een echtpaar. "Gaat u zitten", zei Mijntje. Het echtpaar ging op een stoel zitten. Het waren Ruud en Ria Lubbers. "Onze baby is ontvoerd", zei Ruud. En Ria: "We waren juist zo gezellig aan het wandelen door het Alfred Hitchcockpark, met onze vijf minuten oude baby Frankie in de kinderwagen. We lieten de kinderwagen even drie kwartier in de steek om elkaar in de bosjes te billen. Na het gereedkomen liepen we ons bedrogen voelend weer terug om tot de ontdekking te komen dat baby Frankie spoorloos foetsie was! Nadat Ruud van de tweede schrik bekomen was, ondervroeg hij een voorbijgangster: "Mevrouw, heeft u een baby langs zien komen?" "Kweet niet", dacht de voorbijgangster na, "Hoe zag hij eruit?" "Beetje klein, naïef uiterlijk, kalend, moeilijkheden bij het lopen." "Helaas, ik moet u teleurstellen", zei de voorbijgangster en ging voorbij.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert knikte. "Ik zal een politiebericht plaatsen", sprak hij. En zo kwam het dat na vierentwintig uur er een politiebericht op de televisie kwam, vlak na het drieëntwintig uur-journaal. Ruud en Ria keken in de huiskamer mentaal ingestort toe. Het bericht luidde: "Hier sluipt een politiebericht achteraan. Op 16 mei 1982 jongstleden verdween in het Alfred Hitchcockpark om nog onopgehelderde redenen en wijze baby Frankie uit de kinderwagen van meneer Ruud en madam Ria. Een ieder die opheldering kan verschaffen rond deze zaak wordt verzocht contact op te nemen met de politie in zijn of uwer woonplaats." Ruud en Ria slikten: nu was het afwachten op de reacties. Waar zouden ze het lijk gelaten hebben? In een vagina op sterk water? Nee, te voor de hand liggend. Het lichaampje in 26 stukken hakken en dan aan de oeran oetangs voeren? Te gevaarlijk: één van de dieren zou argwaan kunnen krijgen en de politie bellen. Na een uurtje kwamen er tachtig gouden en zeventig waardeloze tips binnen. Mijndert en Mijntje trokken eerst de zeventig waardeloze tips na. Die leverden niets op.
Toen werd begonnen met de gouden tips. De privé-detectives onderzochten de tip dat baby Frankie zich bevond in Israël onder een lijkwade van Turijn waar een debiel hem had neergelegd in een vlaag van intelligentieverbijstering. Maar toen het duo bij de lijkwade in Israël aankwam, bleek er geen baby, maar een gluiperd onder te liggen. Ruud en Ria waren ten einde raad. Er waren nog maar negenenzeventig gouden tips over en Mijntje had de moed eigenlijk al opgegeven. Toen ineens... terwijl zij en Ruud ongelukkig naar Op Goed Geluk zaten te kijken, hoorden ze ineens het wenen van een baby. "Frankie!", wist Ria en ze holde op het geluid af. "Kijk nou!, riep ze naar Ruud, "Frankie heeft al die tijd gewoon in z'n kinderwagen gelegen, we hebben gewoon niet goed gekeken, met al die spataderkleurige dekentjes valt hij ook helemaal niet op!" Omdat ze hun domheid niet aan de buitenwereld wilden bekennen, deden ze voor of de baby nog steeds zoek was. Als ze dan met baby Frankie wilden wandelen, deden ze hem een riempje om en lieten hem als een hond uit.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Tijdens hun speurtochten stuitten Mijndert en Mijntje vaak op bizarre zaken. Zo liepen zij eens op een regenachtig strand. Mijndert struikelde. Vol ontzetting bekeken ze het voorwerp waarover hij gestruikeld was. Het was een kouwe. Het was al in een verre staat van ontbinding. Met verveling bekeken ze het van alle kanten. Toen sloeg Mijndert de schrik om het hart. "Het is Klazien!", riep hij, "ik herken haar omdat ze een kopje kruidenthee drinkt!" "Je hebt gelijk", zei Mijntje korzelig, "wat verschrikkelijk!"
Toen zagen ze daar Sil de Strandjutter het strand opkomen met zijn jutpaard en jutkar. "Sil!", riep Mijndert. Sil kwam. Hij begreep meteen wat er aan de hand was en hij en Mijndert hesen het lijk in de kar. Hiermee spoedden ze naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Met alle mogelijke middelen werd geprobeerd Klazien weer leven in te blazen. Maar ze blies het met dezelfde kracht weer uit. Via sectie op haar lichaam werd ontdekt dat zij door een vergissing om het leven was gekomen. Daarna werd ze in een oven gegooid en verbrand.
Daar kwam hun volgende klant al aan. Het was Frank Govers. Mijntje leidde hem naar de spreekkamer. "Mijn vrouw is vermoord", zei hij, "en ik wil weten wie het gedaan heeft." "Waarom?", vroeg Mijndert achterdochtig. "Zomaar", zei Frank Govers. "Wilt u hier blijven wachten?", vroeg Mijntje en met Mijndert ging ze naar buiten. Ze droegen een koffertje bij zich met daarin vingerafdrukpoeder, een vergrootglas, een rekenmachientje en een schietmasker. Allemaal benodigdheden om een moordzaak op te lossen. Ze hadden ook een speurmens bij zich. Luid snuffelend begaf het dier zich op weg. Mijndert en Mijntje volgden. De mens stopte bij een doodskist. "Til die doodskist eens op", zei Mijndert. Mijntje gehoorzaamde. Onder de kist lag de dader. Mijndert strooide er wat vingerafdrukpoeder overheen. Mijntje keek met de loep. "Er zitten vingerafdrukken op de dader", zei ze. Met deze kennis keerden ze terug naar hun spreekkamer, waar Frank Govers nog steeds hels zat te wachten. "We weten wie de moordenaar is", zei Mijndert, "ú bent het." "Gelukkig", zuchtte Frank Govers, "ik krijg er m'n vrouw niet meer mee terug, maar ik heb nu tenminste zekerheid." Hij bedankte, rekende af en vertrok. "Het is een dankbaar beroep", zei Mijndert. Ze gingen in een duur restaurant eten om te vieren dat ze de zaak zo snel hadden opgelost.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Plotseling kwam de ober de eetzaal ingerend, waar iedereen net aan het vreten was, en riep: "Adelheid Roossen in vermoord! Adelheid's strot is afgesneden!" Sommige aanwezigen sneden zichzelf de strot af, anderen renden weg. "Wie heeft het gedaan?", vroeg Mijndert. "Ik weet het niet", antwoordde de ober, "maar Adelheid zelf kan het niet geweest zijn." "Waarom niet?", voegde Mijntje zich in het gesprek. "Die was tijdens de moord niet aanwezig." Er werd een groot onderzoek ingesteld door Mijndert en Mijntje. Iedereen werd ondervraagd. Ze begonnen met Youp van 't Hek.
"Waar was u tijdens de moord?" "Op de plek van de moord." "Wat deed u daar?" "Ik vermoordde iemand." "Wie?" "Adelheid Roossen." Mijndert krabde zich met een ernstige blik aan zijn anus en vroeg: "Weet u misschien wie Adelheid vermoord heeft?" "Ja, ik", antwoordde Youp. "Wilt u misschien meekomen, u wordt verdacht van medeplichtigheid aan de moord op Adelheid Roossen", zei Mijndert. Youp van 't Hek werd stomverbaasd gearresteerd en meegenomen maar later vrijgesproken wegens gebrek aan intelligentie.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert en Mijntje hielden een barbecue in de achtertuin. Ze hadden iedereen uitgenodigd. Plotseling gebeurde er iets dat niet zo leuk was. Ruud Lubbers stootte per ongeluk een fles spiritus omver, waardoor de barbecue in lichterlaaie kwam te staan. Op hetzelfde moment sneed Hitler zich met een vleesmes in z'n pols, schrok daarvan zó, dat hij zijn evenwicht verloor en in de nog hevig brandende barbecue viel. De gevolgen waren natuurlijk niet te overzien en Hitler werd met brandwonden en zwarte benen naar het ziekenhuis vervoerd. Daarna ging de barbecue weer verder. Al gauw kwam Hitler weer terug, het bleek allemaal niet zo ernstig te zijn. Wel was hij zijn rechterhand kwijt, die hij had doorgesneden. Tijdens zijn val op de barbecue moest die zijn afgebroken. Toen pas bemerkte Mijntje dat ze aan Hitler's, inmiddels gebraden, hand zat te kluiven. Ze bedankte iedereen voor de gezellige avond en ging naar bed.
Op haar slaapkamer keek ze uit het raam en zag Mijndert naar buiten gaan om in de winkel aan de overkant nieuwe spiritus te kopen. Hij stak plotseling de straat over en kwam toen onder een kruiwagen terecht. Mijntje zag dit allemaal vlak voor haar ogen gebeuren, begon van schrik te schelden en rende naar buiten. Lee Towers, een goede kennis van haar en Mijndert, kwam toevallig net langs en liep naar Mijndert toe, die languit op de straat lag. Z'n lever hing uit z'n nek en er kwam urine uit z'n voet. "God jongen", zei Lee, "je laat me schrikken. Zal ik een ambulance bellen?" Mijndert, te verzwakt om iets te zeggen, doopte z'n vinger in z'n urine en schreef ermee op de grond: "Doe maar. Mijntje kan je wel vertellen waar een telefooncel staat. Maar doe het vlug, ik verga van de pijn, sie." Mijntje wees Lee naar een telefooncel, vijf meter verderop. Na zestig minuten kwam de ambulance eraan. Mijndert werd op een brancard gegooid. Mijntje en Lee mochten ook mee. In het ziekenhuis aangekomen werd Mijndert vakkundig onderzocht. Zijn lever werd teruggeduwd en z'n nek en z'n voet dichtgenaaid. Een röntgenfoto wees uit dat Mijndert's scepter op vijftig plaatsen gebroken was. Dat betekende dat hij nog minstens zes minuten in het ziekenhuis moest blijven. Hij werd naar de intensive care gebracht. Er stonden vier monitors bij z'n bed, één hield zijn scepter in de gaten, de tweede controleerde zijn kniepeesreflex, een ander hield toezicht op zijn hersengolven en de laatste hield zijn handje vast. Terwijl hij zo rustig lag, kwam er een gepijnigde man het kamertje binnen, die met een schuddende hand een boeketje herfstasters vasthield. "M-meneer", stamelde hij. "Ja?", typte Mijndert met zijn linkerbeen op een computer in, hij mocht nog niet praten. "I-ik", ging de gepijnigde man verder, "ik ben de bestuurder van de tram die u overreden heeft en ik voel me een klein beetje schuldig over wat er gebeurd is." Mijndert typte in: "Ben niet overreden door tram, ben overreden door kruiwagen." "Jezusgodver!!! Waarom moet mij dit nou altijd overkomen?!", schuimbekte de man, "Zit ik verkeerd!" en hij sloeg de deur achter zich dicht. Elf uur later werd Mijndert genezen verklaard en kon hij zelfs op eigen kracht naar huis kruipen.

Mijndert zat in zijn regenwormleren bankstel voor het raam met een notitieboekje in zijn ene en een verdwenen potlood in zijn andere hand. Plotseling werd er een baksteen door het voorraam gegooid. "Impotente ouwe piel!", riep Mijndert, "Hou die rotzooi bij je!" Hij pakte de baksteen op en wierp hem door een andere ruit weer naar buiten.
Toen hij goed en wel weer zat, zag hij de buren. "Mijntje", zei hij, "de buren gaan met vakantie. Ze zetten hun imperium op de auto." "Laten wij ook weggaan", antwoordde Mijntje, die haar teenschimmel te eten gaf, "we zijn al zolang niet weggeweest." "Ja!", riep Mijndert geïnspireerd, "het mortuarium houdt open dag!"
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

"Nee", zei Mijntje, "Laat ons naar oude steden gaan en aan cultuur doen. Kerkhoven bezichtigen." "Hè nee", zei Mijndert, "In één van mijn vorige levens ben ik doodgegaan. Daardoor heb ik angst voor grafzerken. Een overlevingstocht, da's lache!"
"Nee", wist Mijntje, "Oom Jan heeft vorig jaar zelfmoord gepleegd tijdens een overlevingstocht."
Uiteindelijk verkozen Mijndert en Mijntje het circus. Die was zojuist in de stad aangekomen. Ze zaten eersterangs.
Er kwam een man de piste ingelopen. "Hoog sprookjesachtig publiek!", riep hij, "Welkom bij circus De Kubische Ongelijkheid! De voorstelling gaat beginnen! Laat de wolven maar binnen!" Daar kwamen zeven wolven de piste ingelopen. Ze sprongen over schedels, dansten rond een vuur en vuurden op een danser. Het publiek applaudisseerde. Mijntje en Mijndert waren de tent uitgelopen.
"Een kroegentocht naar Rome?", probeerde Mijndert.
"Te duur", antwoordde Mijntje, "maar weet je wat ik nou altijd al heb willen doen?" "Nee", antwoordde Mijndert.
"Deltavliegen!"
"Wat is dat?", vroeg Mijndert.
"Vliegen met een deltavlieger", antwoordde Mijntje.
"Oh dat."
Ze volgden een cursus deltavliegen. Toen ze daarmee klaar waren, kochten ze allebei een eigen deltavlieger en vertrokken naar het Himalayagebergte. Met een helicopter lieten ze zich naar de hoogste top vervoeren. Ze wachtten tot er een prettig aandoend briesje stond en sprongen toen met hun deltavlieger omlaag. Ze stortten neer.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Nadat ze hersteld waren, zweerden ze nooit meer zoiets gevaarlijks uit te halen. Volgende vervoersmiddelen moesten volkomen veilig zijn.
Nu had Mijndert een heteluchtballon aangeschaft. Ze legden hem in de tuin neer. "Nu nog gas erin", zei Mijntje. Mijndert ging zich oriënteren qua gasprijzen. Helium was te duur, waterstof te nat. Uiteindelijk wist hij te matsen dat ze 400 duizend liter mosterdgas kregen. Wel wat brandbaar, maar het zou wel gaan. Na één minuut stegen ze op, met een snelheid van vijf meter per seconde.
"Hoogte?", vroeg Mijndert. "Tjee, wat een hoogte!", antwoordde Mijntje angstig. "Windrichting?" "Tsjonge, wat een wind!"
"Temperatuur?" "Godsamme, wat een temperatuur!"
"Snelheid?" "Allemachtig, wat een snelheid!"
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Zo bereikten ze al gauw de ozonlaag. Hier hadden ze een mooi uitzicht. Daar zag je in de verte de Ridderzaal in Amsterdam staan. Links zag je Frankrijk, rechts kon je Parijs bekijken. "Fantastisch!", riep Mijntje. "laten we nog wat hoger gaan!", zei Mijndert en stelde de brander in werking. Hier kwam de vergissing aan het licht en er volgde een ontploffing. Mijntje en Mijndert vielen omlaag. "Ik hoop maar dat we op zacht gras terecht komen!", riep Mijndert Mijntje toe. "Afschuwelijk!", schreeuwde Mijntje, "ik ben vergeten thuis de kraan dicht te draaien! Het hele huis zal wel blank staan!" Na drie minuten landden ze veilig in het zojuist gecreëerde meer in hun achtertuin.
"Dan maar met de bus", zei Mijndert. Zo stonden ze dan te wachten naast een NZH-bordje. Ineens kwam daar een bus aangereden. De bestuurder pakte het NZH-bordje en reed weg.
Uiteindelijk hadden ze hun beslissing gemaakt. Toen er visite was, vertelden ze hun plan.
"Wij gaan met het vliegtuig naar Spanje. En jullie?" "Wij gaan met de file naar Frankrijk."
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Het eerste wat Mijntje deed toen ze aankwamen op hun camping aan de zuidkust van Frankrijk was een frisse duik nemen in de zee. Ze botste tegen een vat. Ze rolde hem het strand op en las: 'Danger - Radio Active Limonade'. Toen sprong ze het water weer in. Ze genoot van de ongeschonden natuur. Grijze koraalriffen, een zeer zeldzame beitelvis, twee zeepaardjes, een schatkist en ineens... een haai! Ze zwom omhoog naar de oppervlakte. "Een haai!", schreeuwde ze. Mijndert stond op. "Wat zeg je?", vroeg hij. "Een haai!" "Een haai? Wat is er met die haai?" "Een haai! Help me!", riep Mijntje, nu depressief wordend. "Een haai die je helpt? Hoe kan dat nou?" "Nee!", riep Mijntje, "een haai! Hij eet me op!" Als voorbeeld hield ze haar afgekloven been omhoog. "Oh, op zo'n manier", zei Mijndert en hij waarschuwde de reddingsbrigade. De helft van Mijntje kon nog gered worden.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijntje kwam in een rolstoel terecht. Ze had zich al snel bij haar gehandicaptzijn neergelegd. Ze ging zelfs weer op reis en nam haar oude sport, de bergbeklimming, weer op. Ze wilde de eerste vrouw ter wereld zijn, die per rolstoel de Himalaya zou beklimmen. Toen ze eenmaal op het hoogste puntje van de berg stond, voelde ze zich een vroom en tevreden mens. Maar ze was haar rem vergeten. Ze stortte drie jaar lang omlaag, waarna ze te pletter viel. Opnieuw kwam ze in een rolstoel terecht.
Om alle ellende te kunnen vergeten, besloten Mijndert en Mijntje met vakantie te gaan. Egypte was hun reisdoel.
En daar stonden Mijntje en Mijndert voor de pyramide van Cheops. Cheops was niet thuis, maar de deur stond open. Ze liepen naar binnen, gingen een gangetje in, toen een ander gangetje, daarna weer een ander gangetje, kwamen toen in een kamer waar ze weer een gangetje ingingen, sloegen toen rechts en daarna linksaf naar een ander gangetje, naar een ander gangetje. Daar aangekomen zei Mijndert: "Sta es stil! Wat is dat?" Hij wees naar een klein ijzer ringetje in de muur. "Kweenie", antwoordde Mijntje en Mijndert trok eraan. De muur zakte toen in de grond en voor zich zagen ze een met bliksemschichten verlichte kamer en een graf van een farao. De muren stonden vol hiërogliefen. "Dat kan ik lezen", zei Mijntje, "ik heb namelijk vroeger een cursus Chinees gevolgd." Ze begon te lezen: "Jullie zijn erin geslaagd de geheime kamer te vinden. Hoe, dat is me een raadsel. Nu zal het geheim van de pyramides onthuld worden." De muur die in de grond zat, ging nu ineens omhoog en sloot Mijndert en Mijntje in. Mijntje las verder: "Zoals jullie gemerkt hebben, zijn jullie nu opgesloten. Anders gaan jullie alles doorvertellen en dat mag niet. Het zal jullie vergaan zoals velen voor jullie." Ze keken om en zagen viereneenhalf geraamte liggen, in doodgeschrokken houdingen. "Wat moeten we doen?", vroeg Mijndert angstig. "Ik weet het niet, ik weet het niet", antwoordde Mijntje, "we zijn ten dode opgeschreven!" Mijndert probeerde nog te ontsnappen en drukte hard tegen een deur. Hij gaf mee en ze stonden weer buiten.
De volgende dag gingen ze opnieuw op excursie. Dit keer zouden ze de Sphinx bezichtigen. Al gauw kwamen ze op de plek waar volgens de kaart de Sphinx moest staan. Ze keken om zich heen. Jawel hoor, daar stond ie, op vier meter afstand. "Mooi ding hè?", vroeg Mijntje. "Nou", gaf Mijndert toe, "vooral die Sphinx." Ineens begon de grond te trillen. De ogen van de Sphinx lichtten anthracietgrijs op. "Help!", riep Mijntje. "Oh, ik word opeens zo duizelig!", verduidelijkte Mijndert. Ze vielen door een gat in de grond en maakten een vochtige landing. Het gat was te diep om eruit te klimmen, maar ze konden de kop van de Sphinx nog zien. "Ave Maria", bulderde een stem uit de kop, "Ik ben de Sphinx en jullie mogen er pas uit als je een door mij gestelde vraag goed beantwoordt." "Waarom? Wat zijn dit voor klinkklare nonsens?", werd Mijntje kwaad. Voor straf viel er vanuit het niets een paraplu op haar hoofd. "Stelt u uw vraag maar", verzuchtte Mijndert. De Sphinx begon: "Welk wezen loopt bij zijn geboorte op veertig, tijdens zijn volwassenheid op drieënzestig en voor z'n dood op één been? Uw bedenktijd gaat nu in." Terwijl er een pauzemuziekje klonk traden Mijndert en Mijntje met elkaar in overleg. Toen klonk de zoemer. "Zegt u het maar", zei de Sphinx. "Wij dachten aan een spastische duizendpoot", vertelde Mijndert moedig. Plotseling brak er een vreselijk noodweer los. Het weer begon te ontploffen en er waren chemische ontbrandingen in de lucht. Er verscheen een rookpluim uit de Sphinx zijn hoofd en met een donderend geraas stortte het bouwwerk in elkaar. "Betekent dit dat we het goed hadden?', vroeg Mijntje aan Mijndert, maar voordat hij kon antwoorden kwamen van alle kanten wandelende darmstelsels in uniform aangerend. Ze werden gearresteerd wegens het vernielen van een toeristische attractie en door hen meegenomen en in een duister kamertje gesmeten. De politiecellen hier waren van zulk een sombere kwaliteit, dat velen de hand aan zichzelf sloegen. Zo werden niet lang geleden twee mensen op de dag voor hun vrijlating dood aangetroffen. De één had zich aan een gordijnroede opgehangen en de ander was met een steen om de nek van de Mont Blanc afgesprongen.
Na drie dagen werden Mijndert en Mijntje naar een andere kamer gebracht, waar een vette man met z'n heupen op een bureau zat. "Sprechen sie deutch?", vroeg hij. "Nein", antwoordde Mijndert. "Do you speak English?" "No", wist Mijntje. "Parlez-vouz Francais?" "Non." "Spreken jullie Nederlands?" "Ja." Toen konden ze weer gaan.
Boven in de lucht kwam ineens een grote vleermuis aangevlogen. In zin bek droeg hij een als zak gevouwen jas. "Die komt vast een baby brengen", zei Mijntje, "wat schattig." Wat schrokken ze toen de jas openflapte en er geen schattige baby, maar een vroedvrouw uit kwam gevallen. Vlak voor de voeten van Mijndert en Mijntje viel ze te pletter. Mijndert begon te huilen. "Wat is nou de zin van dit korte leventje geweest?" Hij raapte de brokstukken bijeen en begroef het een eindje verder onder een boomstronk. Op het graf legde hij wat bananen. Samen weenden ze van verdriet. Na drie maanden was de ergste pijn over.
Mijndert en Mijntje zaten in de bus op weg naar Teheran, een grote bedevaartplaats, waar mensen met allerlei kwalen naar toegaan, in de hoop genezen te worden. De geneeskrachtige bron in Teheran was de grote regenplas die in het centrum van de stad lag. Dertig jaar geleden hadden op deze plek mensen de verschijning van koningin Wilhelmina gezien. Sindsdien komen jaarlijks circa drie mensen naar Teheran toe.
In de bus zaten mensen met allerlei enge ziektes, zoals een kater en een hersenschudding. Mijndert zelf had last van een holvoet. Na de reis, die een nacht duurde, kwamen ze bij de regenplas van Teheran aan. De mensen in de bus lachten, sommigen huilden. Nog was de deur van de bus niet open, of iedereen rende, sommigen strompelden, naar buiten, trokken hun kleren uit en sprongen in de regenplas. "Koningin Wilhelmina, genees ons!", riepen ze melancholisch. Mijndert aarzelde. "Waarom ga je er niet in?", vroeg Mijntje. "Omdat ik moet terugdenken aan vroeger tijden", zei hij. "Ach", zei Mijntje, "daar moet je je niks van aantrekken, joh." Mijndert trok zijn kleren uit en stapte voorzichtig in de vloeistof. Toen gebeurde er iets verschrikkelijks. Mensen kwamen gillend uit het water gerend. "Een bever! Een bever in de regenplas!" Mijndert zwom als een gek naar de kant. Anderen waren net te laat en werden aangevallen door het monster. Het was afschuwelijk! De bever had in hun knieholtes gebeten en hun hoeden verscheurd. Het water kleurde rood van het bloed. De mensen aan de kant applaudisseren. "Het is een vloek! Het is een vloek!", was algemeen de reactie. Toen verscheen Wilhelmina aan de hemel en sprak met bulderende stem: "Ik heb zojuist een wet goedgekeurd die het toestaat om de zeehondjes uit te roeien!" De menigte gilde en men rende als bezetene naar de bus, die in grote vaart terug naar Nederland reed. "Ik had nooit aan vroeger tijden moeten terugdenken", zuchtte Mijndert.
Onderweg naar huis stopte de bus bij Café Maria. Hier kon men zich versnaperen. Mijntje verslikte zich in een Chinees gelukskoekje. Mijndert keek het menu in. "Ober", zei hij, "geeft u mij maar zalm in zoetzure saus met stukjes kaviaar en gebakken aardappeltjes." "Bah", zei de ober en ging weg.
Mijntje had een boterham besteld. "Ober!", riep ze en bleef strak voor zich uitkijken, totdat de ober verscheen. "Ober", zei ze, "deze verbrande boterham smaakt naar ei! Neem terug en breng iets beters mee." De ober gehoorzaamde. Vierendertig seconden later kwam hij terug met een ei dat naar verbrande boterham smaakte. Dat beviel Mijntje beter.
Na dertig minuten kreeg Mijndert alvast de gebakken aardappeltjes geserveerd. "Ober!", riep Mijndert. "Meneer?", vroeg de bediende. "Ober", zei Mijndert, "de gebakken aardappeltjes smaken naar kaviaar." "Excuses", antwoordde de ober, "zal ik u nieuwe aardappeltjes brengen?" "Nee", zei Mijndert, "maar laat de kaviaar maar zitten."
Onder het eten luisterde Mijndert naar de radio. "Wow! Te gek!", riep Mijndert, toen hij de plaat 'Every Day Is The First Life Of The Rest Of The Day' van Danny de Munck hoorde.
Plotseling klonk er een oproep van Prins Bernhard. De prins produceerde de volgende geluiden: "Geachte dierengabbers. Zoals u wel zult weten, sterven er dieren uit, onder andere de olifant en het zwabbergrijs gevlekte drieëndertigvleugelige strompelmotje. Een emotionele zaak. Ik zoek daarom twee vrijwilligers die met me mee willen naar het tropisch regenwoud om de arme dieren daar een handje te helpen. Bel dit nummer, ik vertrouw op uw menslievendheid." Men noemde een telefoonnummer. Mijndert belde het nummer.
Vijf dagen later stonden ze met Prins Bernhard op de prairie. Hij had een aap in een kooitje meegenomen. "We gaan hem vrijlaten", zei de prins, "ik hoop dat hij zich kan redden in de natuur." Hij zette hem uit, midden op de prairie. Eerst keek de aap natuurlijk nog wat onwennig om zich heen, maar al gauw begon hij zichzelf af te trekken. "Onze taak is volbracht", kreunde Prins Bernhard, "kom mee." Hij startte de auto, reed weg, en overreed de aap. "Ik hoop dat er geen vlekken op m'n wagen zitten", zei hij.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Enige kilometers verderop zette hij de auto af. "Nu moeten we nog zestien kilometer naar het zuiden lopen, dan komen we bij 't oerwoud aan", zei Bernhard. Ze begonnen te lopen. Mijndert stak een sigaretje aan, veroorzaakte een bosbrand en genoot van het mooie weer.

Back to where I came from

"Waarom draagt u een telescoopgeweer bij u?", vroeg Mijntje. Bernhard antwoordde: "Je kunt nooit weten of je wordt aangevallen." "Jawel", zei Mijndert, "als je aangevallen wordt weet je het wel zeker." "Ja", liet Bernhard een boertje, terwijl hij zijn pijp stopte, "maar niet van tevoren." Ze zagen een neushoorn een holletje inschieten. De prins keek door zijn telescoop en schoot. "Wat was dat?", vroeg Mijntje. "Op éenenveertig kilometer afstand maakte een pandabeer aanstalten om ons aan te vallen", klappertandde Bernhard. Voordat ze het oerwoud bereikten werd er zo nog een reu, een pony, een gnoe, drie serpenten, een slingeraap en zevenenzestig kakkerlakken neergeschoten. Maar Bernhard schoot ze nooit dood, alleen maar kreupel, opdat ze geen andere mensen meer konden aanvallen.
Eenmaal in het oerwoud zagen Mijndert en Mijntje waar ze maar keken oude autobanden liggen. "Wat is dat nou?", vroeg Mijntje. "Ja", zei Bernhard, "dat is een actie van het Wereldnatuurfonds, ik het bet zelf bedacht. We willen dat de apen zo gauw mogelijk een beschaving krijgen. We helpen daarmee door ze die banden te geven. Nu hoeven ze niet eerst het wiel uit te vinden, want die hebben ze al. Het vuur hoeven ze ook niet te ontdekken want wij zetten hier en daar een bosbrandje voor ze neer." Mijndert en Mijntje huilden van woede. Ze namen ontslag omdat, zo formuleerde Mijntje het: "wij vanavond naar een verjaardag moeten."
Mijndert en Mijntje liepen op de terugweg door een beschermd bos. Ze hoorden de vogels zingen en de gordeldieren gorgelen. Ineens splitste de weg zich in twee richtingen: terug of rechtdoor. Voordat ze een besluit konden nemen, hoorden ze plotseling een boer. Ze keken om zich heen. Daar in een boom, vlak voor hen, zat een bidsprinkhaan op een tak. Hij sprong naar een tak onder hem en sprak tot Mijndert en Mijntje: "Straks zeg ik vaarwel, nu zeg ik hallo. Hoe gaat het met jullie?" "Z'n gangetje", antwoordde Mijndert.
"Vast een beetje hongerig na zo'n lange wandeling, niet?", vroeg de bidsprinkhaan. "Wel", zei Mijntje.
"Weten jullie wat dit voor een boom is, waar ik in zit?", ging de bidsprinkhaan verder. Mijndert dacht lang na. "Een augurkenboom?", probeerde hij.
"Goed zo", antwoordde de bidsprinkhaan, "pluk er maar een augurk uit, om je honger te stillen." "Ja maar", zuchtte Mijntje, "dat mag niet, dit is een beschermd natuurgebied, je mag nergens aankomen, daar staat een grote straf op."
"Ach kom", meende de bidsprinkhaan, "het zijn zulke lekkere zure dingetjes, pluk ze toch." Mijndert en Mijntje raakten overtuigd en plukten eenentwintig augurken uit de boom. Nauwelijks hadden ze de helft opgegeten, of daar kwam de boswachter aangehold. Hij had alles vanuit zijn uitkijktoren gevolgd en was er meteen naartoe gesneld. "Halt!", riep hij naar het zittende koppel, "Halt! Staan blijven!" Mijndert en Mijntje stonden op, stopten de rest van de augurken in een aktentas en vluchtten. "Halt!", riep de mileubewuste boswachter, "het is verboden om augurken te plukken! Kom terug!" Toen struikelde hij over een niersteen en viel op zijn nier. Hierdoor ging zijn geweer af. Een kogel raakte een zeldzaam mens. Mijndert en Mijntje ontkwamen.
Plotseling kwam er een man aangevaren in een rubberen bootje. Hij stapte uit. "Mag ik uw pasje even zien, a.u.b.?", vroeg hij.
"Hoe bedoelt u: mag ik uw pasje even zien, a.u.b.?", vroeg Mijndert. Zuchtend liet de man zijn pasje zien.
"'t Is goed", zei Mijndert, waarna de man in zijn bootje stapte en vertrok.
"Hier dichtbij moet het sprookjesbos zijn", zei Mijndert. "Goh", zei Mijntje. Na een uur gelopen te hebben, kwamen ze bij het bos aan. Daar liepen ze vijf minuten rond en wilden toen weer weggaan. Plotseling zakten ze allebei door de grond en kwamen in een onderaardse, smalle gang terecht. Voor hun stond een donkerbruine trol met een lantaarntje. Hij leek niet geschrokken en sprak tot Mijndert en Mijntje: "Komen jullie maar mee." Ze konden niet anders doen dan hem te volgen.
De weg was lang. Steeds bleef de gang smal en weinig toegankelijk. Eindelijk verscheen daar een trappetje en de trol liep daar omhoog. Ze kwamen weer boven de grond. Ze waren nog steeds in het bos, alhoewel dit een ander bos leek. Er stonden bijvoorbeeld geen eikebomen, maar hennepplanten. De trol wees hen naar een huisje. "Ga daar heen", meldde het. "Nou, vooruit dan maar", zei Mijndert, "maar ik moet zeggen dat ik dit allemaal maar een vreemde gang van zaken vind."
Met Mijntje liep hij naar het huisje. Ze belden aan. Er klonk een scheet. Ze belden weer aan. Er klonk opnieuw een scheet. Toen ging de deur open. Daar stond een heks. "Wat is er?", vroeg ze opgewekt. "Dat kan ik beter aan ú vragen", zei Mijndert, "wij zijn hier door een trol naar toe gebracht enneh... nu willen we graag weten wat dit te betekenen heeft." Mijntje beaamde dit. "Wat is dit voor onzin?!", riep de heks, "hebben jullie hiervoor aangebeld?! Hebben jullie me hiervoor uit m'n dagelijkse routine gehaald?!" Ze pakte haar toverstokje uit haar valies en begon er mee te zwieren. Daarna ging ze er ook nog mee zwaaien en riep de woorden: "Klankentappen! Klankentappen! Genoeg gebruld! Deze twee die worden dier, de één een poes, de ander een hond!" Daarna hoorden Mijndert en Mijntje een boertje en zagen ze een ontbrandende lucifer. De betovering had gewerkt: Mijntje en Mijndert waren kat en hond. Geschrokken renden ze weg. "Wat nou?", miauwde Mijndert tegen Mijntje. "Berusten en aanpassen", blafte ze. Dat deden ze en na een paar minuten waren ze volledig opgegaan in de ecologie van het bos. Ze werden heel gelukkig. Pas nu hadden ze het doel van de trol begrepen.

En zo waren zij weer onderweg naar huis. Toch konden ze het niet laten even bij India langs te wippen. Ze bezochten een tempel, die omgebouwd was tot tempel. Uiteindelijk kwamen ze in het noorden van India aan de voet van de himalaya. Hier liepen ze vast, ze hadden geen cent meer over. hier en daar probeerden ze baantjes te krijgen. Mijntje solliciteerde voor keurslager, Mijndert probeerde als uitbener aan de bak te komen. Zonder resultaat. Mismoedig liepen ze door het landschap. Plotseling kwamen ze een oude man op een mens tegen. Hij zei in verstaanbaar algemeen beschaafd Joegoslavisch tegen hen: "Vrienden, ik zie dat jullie arm zijn. Mijn leven loopt ten einde, ik heb nog slechts seconden te leven. Daarom wil ik jullie mijn geheim onthullen. Ik heb een mijn gegraven in de Himalaya. In de Himalaya rust de geest van Hitler. In de mijn loopt een gang loodrecht omhoog. Daar ging ik altijd onder zitten en bad tot Hitler. Als beloning vielen er dan soms wat klompjes goud naar beneden. Maar nu is de mijn niet meer van mij, hij is van jullie. Hij ligt daar, achter die Arc van Noach. Vaarwel." De mens met de ouwe man op zijn rug, galoppeerde weg.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert en Mijntje gingen in de mijn kijken. Ze geloofden de man niet. Toch gingen ze onder de vertikale schacht zitten. "Oh welvarende Hitler", lachte Mijndert, "breng ons goud, veel goud!" "Ja", vulde Mijntje aan, "niet te zuinig." Er klonk een zacht gerommel. Toen viel er een achthonderd kilo zwaar blok goud omlaag. Op Mijndert en Mijntje. "Dank u wel", klonk het vanonder het blok. Daarna niets meer.
Het was gelukkig erger dan het leek. Ze slaagden erin een tunnel te graven en boven te komen. Ze struinden de woestijn door, op zoek naar de bewoonde wereld. De zon scheen op hun zwarte huid. Om hen heen heerste niets dan absolute uitgestorven rust. Plotseling vond Mijndert een radio die afgestemd stond op radio 88. Het programma 'Vermoord uw militair geschut' was bezig, presentator Joseph Luns. Plotseling klonk er een ruis. "Hij staat tegen de zender", predikte Mijntje, "Draai 'm wat bij." Mijndert begon te draaien, maar het ruisen werd steeds sterker. Toen viel er een grote schaduw over hen heen. Ze keken op. Het ruisen kwam van een groot militaristisch dier af, dat met zijn vleugels klapwiekte. "Een prehistorische vogelsaurus!", gilde Mijntje, terwijl ze zich met zonnebrandcrème invette. Voordat ze vermoedden wat er plaatsgreep, werden ze door de grote klauwen van de vogel beetgepakt en veertig meter hoog mee de lucht ingenomen. De linkerklauw hield Mijndert vast aan zijn zweetvoeten, de rechterklauw had Mijntje aan haar scalp vast. Zo werden ze comfortabel meegenomen naar een groot nest bovenop het Oeralgebergte. Daar zaten nog dertien andere mensen. Toen de vogelsaurus weer was weggevlogen, keken Mijndert en Mijntje om zich heen. Daar zagen ze Hans van Willigenburg, Hans van der Togt, Hans Otjes en aan de andere kant van het nest bevond zich Hans Wiegel, tezamen met Hans van Mierlo, Henk van Ulsen, Henk Binnendijk, Henk Elsink, Jan van den Bosch, Jan Vis en Jan Maat. "Alsjemenou!", riep Mijntje, "Veertien bekende mensen! Hoe is dat mogelijk?" Dat werd al gauw duidelijk. In het midden van het nest stond een teevee aan op Nederland 2. Alle aanwezigen waren eens op deze zender te zien geweest en hadden de eetlust van de vogelsaurus opgewekt. "We moeten ontsnappen!", riep Henk Elsink uit, "willen we niet hetzelfde lot ondergaan als onze vriend Magere Hein." Hierbij keek hij doodongelukkig naar een afgekloven karkas. "Ik weet wat!", meende Mijntje. "Wat dan?", vroeg Hans van Willigenburg. "Ja, wat dan?", vulde iedereen, behalve Magere Hein, in koor aan. "We maken van de takken van het nest een touwladder en zo klimmen we omlaag en zoeken ons een veilig heenkomen", legde Mijntje uit. Ze werd omhelst, anderen applaudisseerden. Dit was een uitstekend plan. Er werd een ladder van twee meter lengte gemaakt en uitgeworpen. Toen iedereen tegelijkertijd aan de ladder afdaalde, brak hij en allen stortten drie meter omlaag in de sneeuw, waar een lawine veroorzaakt werd. Om een hypocriet verhaal consequent te maken: er waren slechts twee overlevenden: Mijndert en Mijntje. "Wat een geluk", zei Mijndert. "Nou", beaamde Mijntje, "alleen jammer dat het zo vlug afgelopen was." En ze vervolgden hun barre tocht door dit uitgestorven landschap.
Plotseling vond Mijndert een schatkaart. Mijntje keek er eens goed naar met een vergrootglas. Er brandde een gaatje in de kaart door de zon. Mijntje jubelde. Daar moest de schat zich natuurlijk bevinden! Met Mijndert vertrok ze naar die bewuste plek.

Back to where I came from

Plotseling viel haar oog op een vuist. Die raapte ze op. Er zat een stuk van een gravure in. Erop stond het volgende: "Als u even opzij gaat, kunnen de anderen er ook bij." "Dit is het!", riep Mijndert, "Dit is het ontbrekende stuk." Uit zijn zak haalde hij nog een stuk gravure. Het paste precies op het andere stuk en completeerde de tekst met: "Nu iedereen erbij kan, hoop ik dat alles naar wens verloopt."
Precies op deze plaats stond een crematorium. Mijndert belde aan. Een oude, zwartgeblakerde man deed open. Hij droeg een lange, donzige baard. Mijndert nam het woord: "Goeiedag meneer. Wij komen van verre. Wij zijn op zoek naar een schat. Zoudt u ons daarbij van dienst kunnen zijn?" Eerst zei de zwartgeblakerde man niets. Toen begon hij te bibberen, wreef zich in de handen en viel neer. "Dood", constateerde Mijntje. Ze liepen het crematorium in. Deze was verder onbewoond. Alleen een papegaai in een kooitje was getuige van Mijndert's en Mijntje's handelingen. "Lorre", riep het steeds, "Lorre, ik spreek merkwaardig uit, lorre koppiekrauw, God wat spreek ik merkwaardig uit zeg, lorre, lorre." "Ik krijg de zenuwen van dat beest", riep Mijntje en wierp haar slipje over de kooi. Ze doorzochten het gebouw. "Waar moeten we nou zijn?", verzuchtte Mijndert. "Eureka", merkte Mijntje op. Ze vouwde een vliegtuigje van de schatkaart en gooide het in de lucht. Het vliegtuigje begon te vliegen. God, wat vloog het. Het maakte dertien cirkels, dook omlaag, trok weer op, maakte een salto, verloor hoogte en maakte een buiklanding op een zuignap. Mijntje pakte de zuignap op en klopte op de grond. "Het is hier hol", zei ze, "we moeten de vloer openhakken." Mijndert fouilleerde de dode oude man en haalde een hakbijl uit één van zijn zakken. Ze begonnen als gekken te hakken. Toen kwam er een politieagent het crematorium ingelopen. "Wat is er met die man aan de hand?", vroeg hij, wijzend op de oude man. "Hij is dood", antwoordde Mijntje. "En wat zijn jullie aan het doen?" "Wij zijn in de vloer aan 't hakken", wist Mijndert. Gerustgesteld ging de agent weer weg. Eindelijk gaf de vloer mee en ze zakten er doorheen. Maar van de schat geen spoor. In plaats daarvan waren Mijndert en Mijntje door een ruimtetijdverschuiving in de 17e eeuw beland. Het was 1637 en Mijndert en Mijntje snapten er niets van, hoe had dit nu plotseling kunnen gebeuren? Ze waren in de eeuw van de vreselijke heksenjachten terechtgekomen. Mannen en vrouwen renden met bommenwerpers achter een arme vrouw aan en als ze haar te pakken hadden werd ze op een verschrikkelijke manier uitgelachen.
Mijndert en Mijntje liepen doelloos rond door de ouwe dorpjes toen ze plotseling merkten dat ze werden achtervolgd door zestien mannen en vrouwen. Ze werden vastgegrepen. Mijntje werd uitgescholden voor heks. Mijndert riep: "Wij zijn uit het jaar 1997 plotseling in het jaar 1637 terechtgekomen door een vreemde ruimtetijdverschuiving. We zijn dus normale mensen." De stronteigenwijze mensen geloofden hen niet. "Kijk maar, hier een bewijs dat we niet van deze tijd zijn", zei hij en haalde een scheerapparaat uit zijn jaszak. De mensen jammerden, sommigen renden gillend weg. Ook Mijndert werd nu vastgegrepen en met Mijntje naar een kasteel gebracht waar ze in een donkere kerker gegooid werden. "Geduld", zei Mijndert, "We worden vast wel weer teruggebracht naar 1997."
Een paar uur later werden ze door twee als beul verklede mannen uit de kerker gehaald en naar een groot plein gebracht. In het midden ervan werd een brandstapel klaargemaakt. Inmiddels waren er al veel toeschouwers. Ze riepen: "Mooi duo zijn jullie, maar niet heus!" Mijndert en Mijntje scholden hen uit. Ze werden aan een paal vastgebonden. De beul sprenkelde een jerrycan met 2,3-ethylbutaan over de planken onder hun voeten. Een andere beul stak het zaakje in de fik. "Alstublieft!", smeekte Mijndert, "Slaapt u er nog een nachtje over!" Mijntje ondertussen was van ellende gelukkig geworden. Toen het vuur tot aan hun schenen stond, werden Mijndert en Mijntje plotseling terug naar het heden gebracht.
Deze gebeurtenis had de interesse van Mijndert en Mijntje gewekt naar het paranormale. Ze organiseerden een gezellig avondje glaasje draaien. Toen iedereen rond de grote tafel zat, verscheen er ineens een klein, gelig wolkje in de kamer. Het wolkje werd steeds groter en groter. Erin verscheen plotseling een verschijning. De verschijning begon te spreken. Met een gemene stem sprak het: "Wil Mijndert even komen? Zijn auto staat dubbel geparkeerd." En hij verdween weer.
Net zaten Mijndert en Mijntje rustig op hun asbesten bankstel of plotseling hoorden ze klopsignalen. Het leek wel morse. Mijndert ontcijferde deze morsesignalen. Er kwam uit:
K-L-O-P-S-I-G-N-A-L-E-N. Ze belden André Groote. "Met André Groote", hoorden ze. "Goeiedag", zei Mijndert, "we hebben last van klopsignalen. Vast een geest. Wat nu?"
"Um", probeerde André, "ik zie asbest, veel asbest. Klopt dat?" "Ik weet niet", antwoordde Mijndert, "ons bankstel is van asbest?"
"Ik zie sterk voor me", ging André verder, "een oude man, een jaar of honderdveertig. Het is een zwaarmoedige man. Hij is gestorven door een auto-ongeluk in jullie huis. Daar komt hij niet meer overheen en sindsdien waart hij er rond." "Hoe komen we van hem af?", wanhoopte Mijntje.
"Geef die man zelf es aan de lijn", zei André. De man kwam aan de lijn.
"Luister goed", vertelde André, "je bent dood, morsedood. Ga maar naar je vriendjes daar in het weiland, die helpen je wel verder." "Mafkees", zei de man en hing op. Maar hij ging toch maar naar het weiland en zo waren Mijndert en Mijntje van de geest verlost.

Om alles te vergeten, vertrokken ze naar de andere kant van de wereld: Australië!
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Samen met Mijntje ging Mijndert er op jacht. Al na een paar meter ontdekten ze een kudde aboriginals. Daar renden ze achter aan. Toen schoot Mijndert op een aboriginal. Hij raakte, de aboriginal viel neer. Mijndert sprong boven op het dier, dat hevig spartelend op de grond lag. "Het touw!", riep Mijndert. Mijntje wierp een koordje toe. Mijndert bond de poten van het beest vast en wierp het in de kofferbak van hun auto.
Onderweg naar hun hotel kwamen ze in een gebied terecht met hoge bergen en haarspeldbochten. Mijntje durfde niet uit het raampje te kijken, bij iedere afgrond begon ze te stotteren. Plotseling riep Mijndert: "Het leeslampje werkt niet meer! Het leeslampje werkt niet meer!" Ria gilde: "Wat moeten we doen?!" Vlug maakten ze hun veiligheidsgordels los, gooiden de portieren open en sprongen naar buiten. Ze rolden over de weg heen en kwamen op een zebrapad tot stilstand. Mijndert zag hoe zijn auto in een ravijn stortte. Hij hoorde gerinkel en even later steeg een rookwolk op. Mijntje was in een sprakeloze toestand en had een leugenachtige blik in haar ogen. Mijndert sleepte haar een paar bosschages in, waar ook een klein stromend riviertje was. Hij doopte een tennisbroekje in het water en depte daar Mijntje's schaamdeel mee af. Ze kwam bij! "H-hebben jullie mij nog n-nooit gezien?", stamelde ze. "Stil maar", zei Mijndert, "alles is goed. We kunnen ons nog steeds voortplanten." Pas toen merkte hij dat hij een gekneusd oog had. Mijntje depte zijn oog af met een beetje Eurodiesel. Daarna ging ze de weg op en wachtte totdat er iemand langs kwam. Het duurde vijf maanden voordat er eindelijk een vrachtwagen aan kwam gereden. Mijntje zwaaide. De bestuurder zwaaide terug en reed door. Na drie maanden kwam er eindelijk een voorbijganger aan, deze keer een vrouw, Neelie Smit-Kroes, die haar levende zeemlap uitliet. Terwijl Neelie Mijndert en Mijntje eerste hulp bij ongelukken gaf, ging haar zeemlap hulp halen.
Na deze schokkende ervaringen wilde Mijndert vrachtwagenchauffeur worden. Na het ontbijt liep hij de deur uit om te solliciteren. Hij liep een transportbedrijf binnen en klopte op een deur waarop stond: directeur lunchen. "Binnen", hoorde Mijndert. Hij stapte binnen en ging op een fauteuil zitten. "Ik kom solliciteren voor vrachtwagenstuurman", zei hij. "U bedoelt chauffeur", stamelde directeur Lunchen. "Insgelijks", antwoordde Mijndert. "Heel goed", ging de directeur verder, "Hoe is uw vooropleiding?" "Die verkeert nog in goede staat", verklaarde Mijndert onzeker. "Heeft u een vrachtwagen-rijbewijs?", vroeg de directeur zelfverzekerd. "Nee, ik rijd uit principe geen auto", zei Mijndert, "met al die zure regen, bah." "Zoudt u van mening kunnen veranderen als u een gesprek had met onze bedrijfspsycholoog? We hebben namelijk hard chauffeurs nodig, sie." "Misschien", zei Mijndert.
Zo lag hij dan zes maanden later languit op een lederen zitbank bij bedrijfspsycholoog Johnnie Jordaan. "Ontspan u", sprak Johnnie Jordaan, "en denk niet meer aan de zorgen van morgen." Mijndert dacht niet meer aan de zorgen van morgen. "Dus u wilt geen auto rijden in verband met zure regen?" "Dat klopt", zei Mijndert. "Mm", dacht Johnnie, "ik noem een paar woorden. U moet dan zonder nadenken antwoorden waar u door dat woord aan moet denken, goed?" "Slecht", antwoordde Mijndert. "Waarom?" "Daarom." "Huis?" "Tuin." "Lichaam?" "Doodshemd." "Pijn?" "Begrafenisondernemer." "Moeder?" "Materie." "Vader?" "Antimaterie." "Zure regen?" "Vrachtwagen."
"Het spijt me", wist Johnnie Jordaan, "u bent ongeschikt voor dit beroep. Misschien is vorkheftruckchauffeur iets voor u, anders zou ik het ook niet weten." "Dank u wel", zei Mijndert. Hij stond op en liep weg. Onderweg naar huis kwam hij onder een vrachtwagen terecht. Hij overleefde het.
De volgende morgen las Mijndert de krant en laste Mijntje het krantenrek. Mijndert las: 'Passagiers voor cruise gevraagd. Ruime beloning.' Het reisdoel zou Amerika zijn. Misschien kon Mijndert daar als herenkapper aan de slag komen.
Onderweg was er genoeg te zien. Zo stond er op het dek een houten standbeeld van Jezus, een stalen standbeeld van Stalin en een zinken standbeeld van de Titanic-kapitein. En zes weken lang werden ze gevolgd door een school kwallen. Een keer meende Mijndert zelfs een oeran oetang uit de golven te zien opduiken.
Eens zaten Mijndert en Mijntje zaten in de concertzaal van het schip. Een gehuurd orkestje begon te spelen: "Ik stuur je een boeketje rode rozen" en "Ik retourneer je een boeketje rode rozen." En er was gelegenheid om te applaudisseren. "Prachtig", fluisterde Mijntje tegen Mijndert. Toen kwam er een vioolsolo. Het was erg zacht. Mijntje stond op en riep: "Kunt u íets luider spelen, het is hier èrg moeilijk te horen." De violist ging wat luider spelen.

Back to where I came from

Nadat ze een tropisch eilandje aangedaan hadden, vaarden ze in één rechte cirkel naar Amerika.
Halverwege de tocht werd Mijndert niet goed. Hij kotste de eettafel onder, kreeg buikloop van het dansen en zijn gebit viel in zee tijdens een storm. Aan wal stond er een klein winkeltje waar je foto's kon kopen van de reis. Mijndert kocht ze allemaal.
Al gauw knipte hij zijn eerste klant, Chriet Titulaer. "It is naais wetter, issunt it", zei Mijndert, terwijl hij hier en daar wat plukjes haar afknipte, "it is ferrie naait toe bie een kapper." "Shut up", kwam het uit de mond van Chriet Titulaer, "you make me sick!" Mijndert, die dit vertaalde als: jij maakt mij een sik, begon de baard van Chriet af te knippen, tot er een sik overbleef. Chriet sprong op en onder het uitroepen van: "Fool!" verliet hij de kapperszaak.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Chriet lag even later op de operatiekamer van de plastisch chirurg. Hij stond erop dat zijn baard weer verlengd zou worden. De chirurgen waren er zeer op tegen, de operatie was te riskant, met 90 % kans dat het mis zou gaan. En het was mis gegaan. Chriet was blijven leven, dat wel, maar zijn baard zou voor de rest van z'n leven vergroeid zijn.
Mijndert werd ontslagen. Om het gebeurde te vergeten ging hij met Mijntje dineren in het duurste restaurant van New York. Dat bevond zich op de 334e etage van een wolkenkrabber. Plotseling klonk er een alarmsignaal. Er was een gifwolk uit de gevangenis ontsnapt. De gevangenis moest onmiddellijk binnen tachtig jaar gesloten worden. De pianist zong dat de mensen nog zeker drie uur in de wolkenkrabber moesten blijven, totdat de gifwolk was overgedreven. Blikken met ruimtevaartvoedsel werden aangevoerd door mannen met bruidsjurken aan en vuurmaskers op. Die nacht sliepen Mijndert en Mijntje niet.
De volgende morgen werd het sein wolk meester gegeven en kon men vertrekken. Mijndert stapte de lift in en drukte op 'Begane grond'. Onderweg stapte er een mannetje in. "Meneer", zei hij, "meneer...", het was zo'n grappenmaker die je wel eens tegenkomt in liften, "waarom neemt een Lap altijd een lapje stof mee naar bed?" "Al slaat u me zeemlapperig", zei Mijndert.
"Omdat hij stom en gemeen is en niet deugt", lachte het mannetje. "Dan weet ik een nog betere", vertelde Mijndert, "Er lopen 53 Russen in de Thomsonlaan. Zegt de één: 'Mijn vriendin is zo aardig, die koopt altijd een pak cruësli voor mij.' 'Nou', zegt de ander, 'dat is nog niks, mijn vriendin koopt altijd een beker biogarde yoghurt voor me!' Zegt de laatste: 'Wat jullie zeggen is niks vergeleken bij wat mijn vriendin doet. Die is zo aardig, als we in een winkel komen, koopt ze gelijk een potje mosterd voor me!" Het mannetje glunderde, dit was inderdaad een goeie.
"Meneer", sprak hij, "kent u die mop van die mijten?" Mijndert dacht lang na en schudde toen nee.
"Nou, er zitten twee mijten in een touw, die zitten er lekker van te eten. Komt er een derde mijt langsgevlogen die zegt: 'Zo, jullie hebben een lekker leventje.' Zeggen die andere mijten" 'Nou, dat valt zwaar tegen, we zijn de hele dag in touw.'" Op dat moment braken de touwen van de lift en de lift stortte omlaag. "Kent u die mop van die twee mensen die in die lift zitten?", vroeg Mijndert nu aan het mannetje. "Nog niet", zei het mannetje, "maar ik doe het nu al in mijn broek van het lachen."
"Nou", ging Mijndert verder, "er zitten twee mensen in een lift die omlaag stort. Vraagt de één tegen de ander: 'Mag ik u vragen wat u van de huidige regering vindt?' Antwoordt de ander: 'In één woord: waardeloos.'" Hierop stortte de lift neer en Mijndert en het mannetje stapten uit.
Het was tijd om terug te keren naar Nederland. Mijntje had een boot gebouwd omdat er geen geld was om de terugtocht te betalen.
Even kregen ze het benauwd. Midden op de oceaan ontstond een enorme draaikolk. Mijntje probeerde de draaikolk te ontwijken, maar het was al te laat: in steeds kleiner wordende zeshoeken dreef de boot af naar het midden. Maar dankzij het stuurmanschap van Mijndert kwam de boot al snel in rustiger vaarwater terecht.
Ineens, terwijl Mijntje weer routinematig hoog in de mast uitkeek over de zee, riep ze: "Land in zicht!" Mijndert stak zijn hoofd uit de stuurhut en zei: "Hè?" "Land in zicht!", riep Mijntje weer. "Hè?", vroeg Mijndert opnieuw. "Land in zicht!" "Hè?" "Land in zicht!" "Hè?" "Land niet meer in zicht."
Eindelijk bereikten ze Engeland. Maar aan wal werden ze onmiddellijk gearresteerd, Ze werden ervan verdacht dat ze een oud dametje hadden geholpen de Atlantische Oceaan over te steken. Even later bleek een en ander volledig op een misverstand te berusten.
In Londen aangekomen gingen ze op zoek naar een hotel. De eerste de beste voetganger die ze tegenkwamen hielden ze aan en vroegen hem: "Is der a hotel samwer?" De man, het was George Bush, antwoordde hen: "Go to the Great Atomic Bomb Hotel. It's left, right, right, left, right?" "Right", antwoordden Mijndert en Mijntje en liepen weg. Al gauw vonden ze de Great Atomic Bomb Hotel. Binnen vroegen ze: "Wat is de prijs voor wan naait?" "468 Pounds", werd er verteld. "Toe sjiep", zei Mijndert, "Doe joe noo ennie expensiever hotels?" "Yes", wist de hotelier, "go left, right, left, take the metro to West Shamelip, go left and you'll find the Great Starfighter Hotel on your left, right?" "Right." Mijndert en Mijntje namen de metro. Eindelijk stapten ze uit. Ze stonden in Frankrijk. Ze waren door de Kanaaltunnel gegaan, omdat ze de verkeerde metro genomen hadden. Ze bezochten de IJffeltoren en gingen weer naar huis terug.
In Nederland bezochten ze een ouderwets gezellig Hollandse kermis. Ze besloten in het reuzenrad te gaan. Deze was zeven kilometer hoog, wat hadden ze een mooi uitzicht over de poolkappen!
Toen was het tijd voor het spookhuis. Het wagentje reed via rails het spookhuis binnen. Ze kwamen Sinterklaas en Dracula tegen, reden door een spinneweb heen en door griezelige armen die uit de muren staken, werden ze gedwongen om naar een foto van Jan van den Bosch te kijken.
"Nog even naar de waarzegster!", riep Mijndert en hij dook een tentje in. "Ik zal je nek lezen", zei de waarzegster. Mijndert legde zijn nek op tafel. De neklijnkundige las de hand van Mijndert. "Uw hoofdlijn vertoont een vertakking op de Jupiterheuvel", sprak hij, "Dat betekent dat u overtuigd bent van mijn bijzondere gaven, klopt dat?" "Dat klopt inderdaad!", riep Mijndert uit, "Ik geloofde totaal niet in u, maar wat u nu zegt, verbijstert me."
Tot slot werd hij door de waarzegster aan zijn slechte verleden herinnerd en werd hem een slechte toekomst voorspeld.
Toen was het echt tijd om op huis af te gaan. Plotseling kwam er een tram aangereden, met luid getingel. Mijndert en Mijntje vluchtten de rails op.
Onderweg naar het ziekenhuis werd Mijntje ineens onwel. In de ambulance overleed ze bijna aan wagenziekte. Alsof dat nog niet genoeg was, raakte de ambulance betrokken bij een afschuwelijk verkeersongeluk. Zeker één auto was op elkaar gebotst, over de kop gegaan en in brand gevlogen. Er waren naar schatting twee doden gevallen. Drie lagen al op de grond.
Nadat ze uit het ziekenhuis ontslagen waren, zei Mijndert: "Er moet brood op de plank komen". "Er is genoeg brood", zei Mijntje verbaasd. "Dat wel", zei Mijndert, "maar er is geen plank." Daarom gingen ze de huizen langs en belden overal aan. Ze kwamen bij nummer 35 van de Eelco Brinkmanstraat. Erica Terpstra deed open. "Mevrouw, heeft u nog tweedehands planken?", vroeg Mijntje. "Nee", zei Erica. Ze belden aan bij nummer 37. Sylvia Kristel deed open. Ze had last van plankenkoorts. Dat was de kans voor Mijndert en Mijntje. "Heeft u nog tweedehands planken?" "Ja", antwoordde Sylvia en gaf ze dertien planken mee. Thuisgekomen zetten ze op één plank het brood. Toen hadden ze nog twaalf planken over. Daar konden ze mooi twee doodskisten van maken. En, het was zeker hun geluksdag, ze konden de kisten dezelfde dag nog gebruiken.
Mijndert stelde zijn lichaam ter beschikking aan de parapsychologie. Toen Mijntje stierf, stelde zij haar lichaam beschikbaar aan de sterrenkunde.
Ze kwamen in de hemel terecht.
"Is dit nu de hemel?", vroeg Mijndert bevreemd. "Ja, dit is de hemel", zei Jezus, "Alleen noemen ze 't anders, hier heet 't Happy House."

Ineens zwiepte de deur van de slaapkamer open. In de opening was het silhouet zichtbaar van een inbreker. "Handen boven de dekens!", riep hij. Mijndert en Mijntje deden hun handen boven de dekens. "Waar zijn hier de waardevolle spullen in huis?", schreeuwde de inbreker. "In de kluis op m'n nachtkastje", wist Mijndert. De inbreker rende er op af. "Ik zie alleen de telefoon", merkte hij op. "Dat is mijn kluis", zei Mijndert, "'t Is een moderne uitvoering, sie." Niet zeuren, wat is de combinatie van het slot?", onderbrak de inbreker. "Heel gemakkelijk", zei Mijndert, "06-11, maar haal wel eerst de horen eraf." De inbreker deed dit en draaide het nummer. "En nu?", vroeg hij, "de kluis gaat nog steeds niet open." "Dat komt", legde Mijndert uit, "omdat er een ingebouwde microcomputer in zit die reageert op mijn stem. Geef de horen maar." De inbreker gehoorzaamde. "Hallo, hier Mijndert, er is een inbreker in mijn huis, kom onmiddellijk." "Waarom zei je dat nou?", riep de inbreker traag van begrip. "Wat maakt het nou uit wat je zegt", zuchtte Mijndert. "De kluis gaat anders nog steeds niet open." "Er zit ook een tijdslot op, je moet tien minuten geduld hebben", zei Mijndert. De inbreker wachtte tien minuten. Het slot sprong open, de inbreker haalde er de diamanten uit en hij verdween. Mijndert en Mijntje sliepen al gauw weer in.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Back to where I came from

De volgende dag zaten Mijndert en Mijntje knus thuis bij het brandende maagzuur, saampjes thee te drinken en er een speculaasje bij te eten. "Hè, wat gezellig!", kreunde Mijndert, zijn speculaasje in de thee dopend, "Dat zouden we vaker moeten doen, gezellig een uurtje onder elkaar. Hè, echt mieters." Mijntje deed of ze niks gehoord had. Ze zette de teevee aan. Daar was een film bezig. "Dat moeten wij toch ook kunnen?", zei Mijndert. Ze besloten acteurs te gaan worden. Ze schreven zich in en na 22 dagen werden ze gevraagd om de twee hoofdrollen te vervullen in de film 'Opereer mijn parlementaire enquète'. Er werd bijgezegd dat ze er rekening mee moesten houden dat ze af en toe uit de kleren moesten. Dat was geen bezwaar. De eerste scène was dat Mijntje het kantoor van Mijndert binnenkwam, op het bureau een enquèteformulier neerlegde en de woorden: "Alstublieft, meneer" zei. Mijndert zou dan moeten zeggen: "Dank u wel, secretaresse." Einde scène. De regisseur was er klaar voor, de cameramensen waren er klaar voor, de belichting was in orde, Mijndert en Mijntje stonden op de goede plaats, kortom, de opname kon beginnen. "One two three action!!!", riep de regisseur. Mijntje ging het kantoor binnen en legde het enquèteformulier op het bureau. Ze zei: "Dank u wel, meneer." Mijndert antwoordde: "Alstublieft, secretaresse." "Cut!!!", riep de regisseur. Mijntje interpreteerde dit verkeerd, trok haar broek uit en liet haar kut zien. De regisseur raakte enthousiast en riep naar de cameramensen: "Run! Run!" Mijntje rende daarop weg en verdween in de verte. De titel van de film 'Raadpleeg mijn parlementaire enquète', werd veranderd in 'Raadpleeg mijn kut' en 't werd een groot succes.
De filmopnames had hen danig opgewonden. Na nog gezellig een uurtje met een glas rum bij een brandende krant gezeten te hebben, was het tijd om te gaan slapen.
"Ik hou zo van jou", zuchtte Mijntje. "Ik hou ook van mij", antwoordde Mijndert. "Doe 't", zei Mijntje beseffend, "ik wil." "Ik wil ook", antwoordde Mijndert, "Ik doe 't." Hij trok z'n sokken uit en ging bovenop Mijntje liggen. Ineens, na een paar keer bovenop haar een onkuise handeling met zichzelf gepleegd te hebben, kreunde Mijndert en zei: "'t Lukt niet, m'n wormvormige aanhangsel wordt niet stram!" Mijntje begon haar clitoris al op te vouwen en op te bergen. "Je bent toch niet impotent?", vroeg ze. "Natuurlijk niet", zei Mijndert beledigd, "ik ben alleen op sexueel gebied tot niets meer in staat." "Ik eis dat je naar de dokter gaat", zei Mijntje woedend.
De volgende dag zat Mijndert bij de dokter. "Dokter", sprak hij, "ik heb enige problemen, omdat ik last heb van het feit dat bepaalde zaken over het algemeen niet beantwoorden aan verwachtingen die je soms hebt ten aanzien van sommige zaken die niet direct aanleiding geven om het daar in het openbaar of anderszins uitvoerig over te hebben, ondanks dat het probleem zelf wel degelijk oorzaak kan zijn van een enigszins, eh, hoe moet ik het zeggen..." "U bent impotent", vulde de dokter aan. "Precies", zei Mijndert verward. "Laat maar eens zien", zei de dokter. Mijndert trok z'n broek en jarretels naar beneden en liet zijn verschrompeling zien. De dokter bestudeerde het probleem met een reflexhamertje. "Weet u wat", zei de geneesheer, "ik stuur u door naar psycholoog van den Bosch, die weet wel raad."
Mijndert was al eens eerder in aanraking geweest met de psychiatrie.
Eens ging bij hem de telefoon. Mijndert nam op. "Met Mijndert." "Met Bureau de Hond, mogen wij u een paar vragen stellen?" "Ja." "Vraag twee: op welke partij heeft u altijd gestemd?" "Op de Centrum Democraten." "Op welke partij wilt u absoluut niet stemmen?" "Op de Realisten Nederland." "Op welke partij zou u stemmen als er nooit verkiezingen zouden zijn?" "Op Partij van de Arbeid." "Laatste vraag: is Nederland voor de Nederlanders?" "Het lijkt mij althans van wel." "Dank u wel." "Graag gedaan." Zowel Mijndert als de interviewer hingen op. Er werd aangebeld. Mijndert deed open. Hij werd gegrepen door drie mannen, in een pressiebuis gewikkeld en naar een ambulance gedragen. "Help Mijntje!", riep hij, "Bel m'n advocaat, bel de politie, maar dóe iets!" Mijntje deed iets en ging weer zitten. Mijndert ondertussen werd naar het onzinnigengesticht gereden. Het telefoontje van de enquèteur was door de directeur van het gesticht georganiseerd, om door middel van een steekproef erachter te komen waar toekomstige patiënten zich ophielden.
Mijndert werd naakt op een kamer gezet van één bij twee meter, vastgebonden aan een asbest ketting. Streng kijkende verzorgers gaven hem elke twee dagen koud- en nog kouderdouches. Verder moest hij zich bezig houden met figuurtjes zagen uit asbest plankjes. Hij werd kaalgeschoren omdat de verzorgers bang waren dat hij anders met zijn haren wurgsex zou plegen.
Later kwam hij op een betere afdeling terecht, waar hij geschilde aardappels moest schillen en ramen aan de zijkanten moest lappen.
Na vier jaar was Mijndert's karakter zover gevormd dat het weer paste in het maatschappelijk kader. Mijntje kwam hem afhalen. "Hoe gaat het nou met jou?", vroeg ze. "Met wie?", vroeg Mijndert. "Met jou." "Wie is dat?", vroeg Mijndert dood. Het bleek dat z'n persoonlijkheid verdwenen was. "Gelukkig", meende Mijntje. Mijndert meende niets.
Tijdens een wandelingetje zag Mijndert iets groens tussen de struiken liggen. Hij liep erheen en raapte het op. Het was een wit ei. "Wat een vreemd, glinsterend ei", zei Mijndert, "Ik neem het mee naar huis, daar broed ik het uit." "Waaruit?", vroeg Mijntje. "Uit zichzelf." Zo gezegd, zo gedaan. Mijndert legde het ei voorzichtig met zachte watten in de magnetron op stand zeven. Na één dag ging de sirene af. "Het ei moet nu uitgebroed zijn", zei Mijndert. Ze gingen kijken. Het ei was nog gaaf. "Ik maak het open", besloot Mijndert. Hij pakte een hamer en hamerde het ei voorzichtig open. "Ohh", fluisterde Mijntje. Uit het ei kwam een eivormig, wit, ietwat doorzichtig dier. "Het beweegt niet", zei Mijndert. "Het is wat moe", wist Mijntje, "kijk, je kunt z'n ingewanden zien zitten." Inderdaad was er van binnen een rond, oranjekleurig bolletje zichtbaar. "Ik neem het mee naar buiten, kan het de beentjes strekken", zei Mijndert. Hij bond 'm een riem om en ging de straat op. "Niet zo rollen, gebruik je pootjes", zei Mijndert. Iemand belde ergens naartoe en Mijndert werd door twee mannen in witte jassen meegenomen. Mijntje was vergeten dat Mijndert weggegaan was, dus merkte ook niet dat hij vier jaar lang niet terugkwam. In de psychiatrische inrichting bleek dat Mijndert leed aan een chronisch gebrek aan zelfrespect. Na vier jaar verklaarde de psychiater Mijndert voor genezen. Hij zette Mijndert op een vuilniswagen en zwaaide hem uit.
Toen Mijndert thuiskwam had Mijntje leguaan klaargemaakt. De tafel was heel feestelijk gedekt met waxinelichtjes en gouden bestek. Na het voorafje, toen Mijndert de leguaan aan wilde snijden, hoorden ze een vreemd geluid. "Wat is dat voor een geknisper?", vroeg Mijntje antisemitisch. "Het komt uit het achterhuis", zei Mijndert en pakte een dagboek om daarmee de eventuele insluiper K.O. te meppen. Samen slopen ze naar het achterhuis. Het geknisper was nog steeds bezig. Mijndert maakte voorzichtig de deur open, terwijl hij het dagboek in de aanslag hield. Nu wierp hij de deur open en... wie zag hij daar? Daar stond een verschrikte meneer Goeree. "Wat bent u daar aan het doen?!", riep Mijndert kwaad. "Ik eh, ik meen dat er helemaal geen joden uitgemoord zijn in de eerste wereldoorlog", zei meneer Goeree gemeen; in zijn hand had hij een jodiumdruppelaartje en een knieschijf. "Wat ben je van plan?", vroeg Mijntje. "Ik ben bij m'n vrouw en m'n kind weg", zei meneer Goeree, "en heb geen roodbruine duit meer op zak." "Eet met ons mee", bood Mijntje aan, "we hebben leguaan, lust je dat?" Meneer Goeree die vegetariër was, sprong schreeuwend weg. "Kom terug!", riep Mijndert woedend. "Laat hem toch gaan", zei Mijntje.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!
Terug aan tafel wachtte hen een nieuwe verrassing: de leguaan was verdwenen. Ze doorzochten het hele huis, nergens was de leguaan te bekennen. Toen vond Mijntje een afgekloven leguanepoot bij de keukendeur. Ze ging naar buiten. In de tuin lag een afgekloven staart. Ze volgde het spoor van botjes en hoorde toen een vreselijk gesmak onder een paar struiken vandaan komen. Ze keek en zag daar een verdwaasde Joseph Luns zitten. "Goedenavond mevrouw", sprak hij, "wilt u ook een ruggegraatje?" "Leugenaar!", riep Mijntje, "geef terug die leguaan!" Ze trok aan het beest. "Nou nou", zei Luns, "niet zo gulzig. Kom er gezellig bijzitten!" Mijntje foeterde van woede. Daar kwam Mijndert met zijn dagboek aangerend. Toen hij Mijntje zag worstelen, sloeg hij Luns en de leguaan bewusteloos tegen de grond. Hij bleek te hard te hebben geslagen: allebei waren ze overleden. "Wat doen we nu?", vroeg Mijntje. "Opeten", zei Mijndert, "want ik heb een vreselijke honger." Dat leek Mijntje ook het enige wat erop zat en zo aten ze die avond toch nog gezellig.

Tot zover Mijndert's eerste ervaring met de psychiatrie. Maar nu lag hij wederom bij een zieleknijper, vanwege zijn impotentie.
"Na 33 jaar was het me eindelijk gelukt", vertelde Mijndert op de sofa van de psycholoog, "ik had mijn eerste meisje versierd en we lagen naast elkaar in bed. "Doe jij het licht even uit?", vroeg ik. Ze trok aan de trekschakelaar en kreeg een doodschrok. Een stoot van 250 volt ging door haar lichaam heen. Als een zuiglammetje bungelde ze aan het touwtje van de schakelaar."
"Laten we het nu eens over uw problemen hebben", zei de psycholoog.
Maar na twee minuten kon psycholoog van den Bosch nog steeds niets vinden en hij stuurde Mijndert door naar neurochirurg Pelleboer. Die kon ook niets vinden. Hier raakte Mijndert zó gefrustreerd door dat hij z'n frustraties ging afreageren op sexueel gebied en hierdoor werd het probleem opgelost. Mijntje was weer goedlachs. Mijndert was nu ook in de SM. "Wat is dat?", wilde Mijntje weten. "Moeilijk uit te leggen", zei Mijndert, "maar SM'ers slaan op hol als ze op hun hol slaan." "Maar waar staan die letters dan voor?", drong Mijntje nu aan. "Sadomasochistisch Masochisme", antwoordde Mijndert.
Al gauw werd Mijntje zwanger. De weeën waren al begonnen. "Laten we de dokter bellen", zei Mijndert. De telefoon ging. Mijndert nam op. Het was de dokter. Even daarna lag Mijntje in het ziekenhuis. Mijndert depte haar voorhoofd af, terwijl de dokter haar kut in de gaten hield. "Ja, daar komen de voetjes al", zag de dokter. Mijntje huilde van opwinding. "Oh, kijk, daar komen de beentjes tevoorschijn!", riep de dokter. "Nog even volhouden", weende Mijndert. "En daar is het ruggetje, de armpjes, het hoofdje en de baby is er!" "Oh, mag ik het zien?", vroeg Mijntje opgewonden. "Nog even geduld", zei de dokter, "we moeten nou al die lichaamsdelen nog aan elkaar vastzetten, als 't lukt." Mijntje kermde 't uit.

Back to where I came from

Het lukte. Toch besloot Mijntje het kind niet te houden. "Ik ga niet met een jig-saw puzzel over straat", zei ze. Ze besloot zich steriliseren. Maar na zes jaar begon ze zich raar te gedragen. Ze veegde de vloer met een gezinsvibrator, lapte de ramen met een wc-borstel en bakte pannekoeken op een matteklopper. Ze kreeg ook een snorretje. Volgens dokter Landré onschuldige bijwerkingen van de sterilisatie. Maar Mijntje wilde vervolgens alleen nog maar als meneer Mijntje aangesproken worden. Ze werd hierdoor constant zwaar uitgelachen door haar omgeving die dit niet tolereerde. Dus scheerde ze haar snorretje weg en accepteerde ze het als ze met mevrouw werd aangesproken. Maar dat werd ze niet meer; ze werd helemaal niet meer aangesproken.
Het was in die tijd dat Mijntje Mijndert aantrof in een bloemetjesjurk. Nu hij betrapt was, kon hij het niet langer verbergen en zuchtte: "Ik ben travestiet." "Wat doen dan die twee biljartballen op bed?", vroeg Mijntje. "Dat zijn mijn travestieten", legde Mijndert uit en stopte ze onder zijn beha. Een verbaasde Mijntje achterlatend, liep hij naar buiten. Hij kwam in een buurt waar alleen mannen op straat waren. Mijndert keek door een raam. Daar zat een vrouw van glinsterende zeden in een sexy vrouwentoilet. "Vooruit", zuchtte hij, "naar binnen." Mijndert sprong naar binnen. "Hallo konijntje", spuugde de prostituée, "wat kom je hier doen?" "Nou", zei Mijndert, "ik bedenk me ineens dat hier vlakbij een interessant museum staat." "Ik geloof er niets van", zei de dame, die verdacht veel leek op Rita Corita, "zeg me wat je werkelijk op je hart hebt." "Okee", zei Mijndert, "ik wil."
"Hoeveel heb je bij je?", vroeg de hoer. "Vijftien centimeter", antwoordde Mijndert. "Dat bedoel ik niet, hoeveel geld?" "Oh, vijftig gulden", kreunde Mijndert. "Geef maar", zei Rita Corita. Ze gingen op een hangmat liggen. Na vierentachtig minuten kwam alleen de hangmat klaar.
"Nou", zuchtte de hoer, "weet je wat, ga maar lekker op bed zitten en trek je corset uit." Mijndert volgde haar raad op. De hoer pakte zijn kont en begon erom te glimlachen. Mijndert kreunde. Nu begon Rita Corita wat erger te glimlachen. Mijndert kreunde harder. Rita Corita ging nu heel erg om Mijndert's kont glimlachen. Mijndert kreunde het uit van woede en kreeg een inzinking. "Ik ben u zeer dankbaar", zei Mijndert, "Tot ziens." "Tot glimlachens", knipoogte Rita.
Even durfde Mijndert niet naar huis terug te keren. Hij wist immers niet of Mijntje zijn travestie goed had kunnen verwerken. Gelukkig was alles in orde. Mijntje zat rustig in haar stoel te masturberen. Ze tastte zichzelf met een peuk in haar vrouwelijkheid aan.
Er werd gebeld. Mijntje deed open. Daar stond André Hazes. "Goeiedag, mevrouw", zei hij, "neem me niet kwalijk dat ik stoor." Hij liep weg. Mijntje sloot de deur.
Weer werd gebeld. Zuchtend stond Mijntje heel langzaam op. Ze opende de deur. Daar stond een angstige Henk Binnendijk, hun beste vriend. "Jullie moeten me helpen!", krijste hij en sloop naar binnen. Boerend ging hij in de open haard zitten.
"Ik word gezocht door de politie", zei Henk. Op dat moment verscheen er een gezicht op de televisie. Het sprak: "Hier volgt een politiebericht. De politie zoekt Henk Binnendijk. Einde bericht." De uitzending werd onderbroken en er kwam een bordje in beeld waarop stond: 'Pas geverfd'. Mijntje zette voorzichtig de televisie uit.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

"Wat is er precies aan de hand?", vroeg Mijndert. Henk Binnendijk haalde diep adem en vertelde: "Het begon allemaal vierendertig jaar geleden. Ik was vrijgezel en kon niet aan een vrouw komen. En dat terwijl ik zo graag kinderen wilde hebben! Daarom ging ik op zoek naar een draagmoeder. Ik vroeg Ria Breemer, Neelie Smit-Kroes en zelfs Majoor Boshardt, of zij bereid waren een kind voor mij te baren. Ik kreeg nul op request." Henk hapte naar lucht en ging verder: "Toen kreeg ik een idee. Ik ging aan mijn piemel trekken, drieëntachtig keer per dag. Het sperma ving ik op en vroor ik in. Zo kreeg ik na zesenveertig jaar een voorraad van eenentwintig liter. Toen huurde ik een vliegtuigje dat gebruikt werd om onkruidbestrijdingsmiddelen over akkers te sproeien. Ik vulde de tank met water en met mijn opgespaarde spermae. Ik steeg op, richting naaktstrand, ging laagvliegen en sproeide alles uit over de mensenmassa. Euforisch vloog ik terug naar het vliegveldje. Lopend ging ik naar het strand, er heerste daar grote paniek. Ik deed me voor als verslaggever en vroeg aan de vrouwen hun adres voor een interview over het laagvliegende vliegtuig. Na negen maanden wist ik de uitslag: ik was de vader van negentig kinderen. Maar de zaak kwam uit en sindsdien is de politie naar mij op zoek. Jullie moeten me helpen!" "Hoe?", vroeg Mijntje overdreven. "Betaal een vliegticket naar Zuidafrika voor mij, zodat ik kan vluchten. Jullie zijn toch mijn vrienden?" Mijndert dacht diep na. Toen ging de bel. Hij deed open. Daar stonden driehonderd agenten. "Wat wilt u?", vroeg Mijndert verbaasd. "Kent u ene Henk Binnendijk?", vroeg een agent. "Nee", antwoordde Mijndert. "En is hij bij u in huis?", vroeg een andere agent. "Ja", zei Mijndert, omdat hij niet in herhaling wilde vallen. De driehonderd agenten stormden naar binnen. Henk brulde laaiend van woede, maar dat mocht niet baten, hij werd meegenomen. "Jammer dat het nu al afgelopen is", zei Mijntje.
Die middag kon men ons duo in de dierentuin aantreffen. Ze liepen naar het terrarium. Het terrarium was open van boven en Mijntje en Mijndert bogen zich voorzichtig over de rand. Een uitlachkuiken kreeg hen in de gaten en met één beweging vloog hij op de heup van Mijntje. Ze begon te gillen. Het kuiken lachte haar uit en ze was op slag buiten westen. Mijndert stond stokstijf van schrik. Toen rende hij weg zo hard hij kon. Het uitlachkuiken kwam achter hem aan. De mensen in de dierentuin gilden en stoven opzij. Het uitlachkuiken kreeg Mijndert te pakken en ook hij werd uitgelachen. Dit overleefde hij nauwelijks. Met een projectiel werd het uitlachkuiken door een ingeschakelde dierentuinbewaker uitgeschakeld.
Diezelfde middag moesten Mijndert en Mijntje met de hoge-snelheidstrein naar de cursus 'Hoe breng ik rust in mijn leven'. Daar kwam de conducteur aan. "Kaartjes", sprak hij. Mijndert gaf de kaartjes met daarop de stempeltjes. De conducteur onderwierp ze aan een nauwkeurig onderzoek. Daarna bekeek hij Mijntje en haalde toen een doosje uit zijn zak. Prediktor, stond erop. "Wilt u hier even een druppeltje urine in laten stromen?", vroeg hij aan Mijntje. Mijntje keek pissig maar deed toen toch wat haar gevraagd werd. De test was positief. "U bent zwanger", legde de conducteur uit. Mijntje maakte met Mijndert een vreugdedansje. "Maar u heeft niet voor uw embryo betaald", zei de conducteur, "Dat noopt mij helaas u te bekeuren. En dat terwijl embryo's voor half geld mogen, wist u dat dan niet?" "Toch wel", zei Mijndert, "maar niet dat zij zwanger was." Na de bekeuring betaald te hebben, een niet nader te noemen bedrag, stapten ze bij de eerste prenatale winkel die ze tegenkwamen uit. Hier kochten ze babykleertjes, babybehang, een babywiegje, een babyrammelaar en een babyhakenkruis. Als trotse aanstaande ouders reden ze met volgepakte tassen huiswaarts. Na onderzoek van huisarts Hitler, bleek Mijntje helemaal niet zwanger te zijn: de zwangerschapstest moest zijn uitgevoerd door een oplichter. Door dit bericht zo geschrokken, kreeg Mijntje een miskraam.
Omdat het zonde zou zijn om niets met de volledig ingerichte babykamer te doen, vroeg Mijndert of het niet beter zou zijn om haar nog een keer te bevruchten. "Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt", zei Mijntje. "En hoe denk je er zelf over?", vroeg Mijndert. "Ik vind het best", zei ze.
En zo geschiedde. In de zesde maand begonnen reeds de weeën. Via een jonkheersnede beviel ze van een wolk van een griezel. "De bevalling is geslaagd. Alleen de vrucht blijkt misvormd te zijn", zei de arts. "Probeert u hem te redden", huilde Mijntje. De vrucht werd weggedragen. Mijntje zwaaide hem na. Na enige uren kwam de dokter schoorvoetend de kamer in. "Mevrouw", stamelde hij, "hij is opgegeven door de doktoren, maar Jezus toont nog interesse."
Mijndert intussen zat in de hoek van de behandelkamer. Hij las de krant. Plotseling zei hij: "Moet je lezen. Vannacht is te Middelburg van ons heengegaan M. van den Hooiberg, die zachtaardige man, die altijd iedereen knuffelde. De begrafenis is vanmiddag op een kerkhof." "Zullen we erheen gaan?", jubelde Mijntje.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Die middag kwamen ze op een kerkhof aan in pruperen rouwkledij. Er waren nog twee andere mensen, die allemaal van emotie achter hun zakdoek onverschillig keken. Ze stonden rond een krater in de grond, waar, zo wist Mijntje, straks een kist in zou zakken, met daarin dan... "Wie komt er ook alweer in te liggen?", vroeg ze aan Mijndert. Hij haalde het blaadje tevoorschijn. "M. van den Hooiberg", zei hij. "Oja, verschrikkelijk hè?", antwoordde Mijntje. M. van den Hooiberg had in zijn testament precies beschreven hoe hij zijn begrafenis wilde hebben. Alles d'r op en d'r aan natuurlijk. Daar kwam het vuilnisvat aangedragen. Op het vuilnisvat lag een krans met een lint, met daarop de tekst: 'Inclusief BTW'. Na de ontroerende rede werd het vuilnisvat plechtig neergelaten in het graf. Ineens werd een stem hoorbaar uit het vat: "Laat me eruit! Ik wil eruit! Ah, toe nou!" Er werd sst! geroepen en het graf werd dichtgegooid met aarde. Ineens sijpelde er rook uit alle kiertjes van het vat en binnen vier seconden stond het vat in brand. "Ziet!", riep de dominee opgewekt, "Ziet! Nu reeds heeft M. van de Hooiberg het vagevuur bereikt!" Er klonk besmuikt gelach uit de vlammen en plotseling stond M. van den Hooiberg op. Hij zei tegen de dominee: "Ik ben, net als Jezus, opgestaan uit de dood, om jou te zeggen dat als je nog één keer mensen met hel en vagevuur bedreigt, jij persoonlijk ernaartoe wordt gestuurd." De dominee liep schuimbekkend weg. Door het vuur werd de bodem van het vuilnisvat poreus en M. van den Hooiberg zakte er doorheen en stierf daardoor alsnog. Hierna ging de menigte naar een gebouwtje, waar broodjes en koffie klaar stonden.

Back to where I came from

Mijndert en Mijntje besloten het gebeurde eens rustig te overdenken tijdens een boswandeling. Nadat ze het standbeeld van de gesneuvelde beeldhouwer gepasseerd waren, raakte Mijndert's veter los. "Loop jij vast door", zei Mijndert, "ik kom zo." Maar nauwelijks was Mijntje voorbij de bocht van het pad, of er sprong een enge man uit de bosjes. De man was Anton Geesink. Hij sleurde Mijntje de bosjes in. Wat zou die engerd van haar willen? Anton knoopte zijn broek los en haalde zijn kont tevoorschijn. Hij begon haar te beschamen. In de verte riep Mijndert: "Mijntje! Waar ben je?" "Ik kom!", riep Mijntje. Anton begon te glimmen. Weer riep Mijndert Mijntje's naam. "Ik kom, ik kom!", schreeuwde Mijntje. "Ik kom ook! Ik kom ook!", riep Anton nu. Dit verraadde hem en Mijndert liep weg om de politie te bellen. Maar toen hij thuiskwam, zat Mijntje hem al op te wachten. Het gebeurde had haar danig opgewonden. Er vond een neuking plaats. Tijdens deze sessie kreeg Mijndert een buis-van Eustachius-aanval en overleed ter plekke. Mijntje was zo druk bezig, dat ze niet merkte dat hij gestorven was. Toen ze finito was, dacht ze dat hij in slaap was gevallen. "De schat", zei ze en bevredigt stopte ze hem toe in bed.
De volgende ochtend liet ze hem flink uitslapen. "Ik heb veel van hem gevergd gisteravond", dacht ze. De dag daarna ging Mijntje een half jaar, eigenlijk een kwart eeuw, naar haar ouders. Weer liet ze Mijndert gewoon doorslapen. "Dag meester", zei ze terwijl ze hem kuste, "tot over een half jaar, eigenlijk een kwart eeuw."
Toen ze een kwart eeuw later terug kwam en ze de voordeur opende, kwam haar een afgrijselijke stank tegemoet. "Wat is dat in hemelsnaam?", riep ze uit. Kwallen liepen voor haar voeten. Mijntje liep naar de plek waar de stank vandaan kwam en trof daar een half vergane Mijndert in bed. "Waarom dóet niemand hier iets aan?!", riep ze. De kwallen die net aan Mijndert's hals zaten te eten, renden van schrik weg. Mijntje snelde het huis uit. Ze rende naar een telefooncel en belde het ziekenhuis. "Snel, een ambulance!", riep ze. "Is het een kwestie van leven of van dood?", vroeg de man. "Allebei!", riep Mijntje. "Wilt u met of zonder sirene?" "Doe maar zonder, hij is nu toch al pampus definitivo, maar schiet op, want hij is er slecht aan toe!" "Adres?" "Is dat duur?" "Nee, dat leveren wij er gratis bij." "Doet u dan maar." Daar kwam de ambulance aan. "Wie van u twee is 't?", vroeg de broeder. Na aanwijzingen van mijntje, werd Mijndert meegenomen. Het bleek minder erg te zijn met Mijndert dan aanvankelijk vermoed werd. Hij knapte al snel weer op. De dokter adviseerde hem wat vaker buiten te zijn. Daarom pakte Mijndert zijn oude hobby, het tuinieren, weer op.
Hij kwam op een leuk ideetje: timmer een vogelhuisje, hang die op in de tuin en je kunt kijken naar vogels die er in en uit gaan.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert timmerde wat plankjes aan elkaar en het resultaat was niet onaardig. Als laatste boorde hij er een ruim gat in, anders kon er niks in komen. Met Mijntje sloop hij de tuin in en hingen het huisje aan een hoge zonnebloem. "Nu maar afwachten", verklaarde Mijndert. Ze gingen in de kamer voor het raam zitten. Drie uur later kwam er een gordeldier aan en ging het vogelhuisje in. "M'n zonnebloem! M'n zonnebloem!", riep Mijndert, rende de tuin in en haalde het gordeldier eruit. "Misschien is het gaatje wat te groot?!", probeerde Mijntje. Mijndert maakte het gat 53 centimeter kleiner. Weer afwachten. Toen kwam er een neusaap aangelanglauft en gleed het huisje in. "Jezuskolere!", vloekte Mijndert. Hij haalde de neusaap eruit, maakte het gat kleiner en wachtte af. Er kwam een demon aan en toen ook díe aanstalten maakte om het vogelhuisje in te gaan, hield Mijndert een kruisbeeldje voor het gezicht van de demon, net zolang, tot het dood was. Verbolgen haalde Mijndert het vogelhuisje naar binnen en wierp het in de open haard.
Op een dag in de winter werd het erg koud. Mijndert en Mijntje besloten toen om tot de aanschaf van een echte kachel over te gaan. Ze gingen naar een kachelwinkel. Daar stond de verkoper van de kachels. "We willen een kachel", probeerde Mijntje. "Ja?", vroeg de verkoper, "Dan bent u aan het goede adres. Wilt u een koude of een warme kachel?" "Liefst een beetje warm", wist Mijndert. "Een kleine of een nog kleinere?" "Dan maar een kleine", zei Mijntje. "Dan hebt u nog de keus uit een groene, een oranje of een roze." "Wat?", riep Mijndert ernstig, "heeft u geen zwarte?" "Oja, of een zwarte", antwoordde de verkoper. "Graag een roze", zei Mijndert. "Dan heeft u ten slotte nog de keuze uit een kachel van Philips, een Akai, een Sony, een Sharp, een Aristona of een Hitachi." "Ik heb gehoord dat die van Aristona wel goed zijn", herinnerde Mijntje zich nog. "Dan is de koop gesloten", besefte de verkoper. "Eh, wat is de prijs?", vroeg Mijndert. "Honderdeneen gulden", was het antwoord. Mijndert en Mijntje betaalden, namen de kachel mee en sloten 'm thuis aan. "Zet maar aan, Mijndert", zei Mijntje. Mijndert zette 'm aan. Binnen achtentachtig seconden was het negenennegentig graden in de kamer. "Zet uit! Zet uit!", kermde Mijntje. Schroeiend liep Mijndert naar de kachel, maar voordat hij daar aankwam was hij al verkoold. Mijntje gooide een emmer water naar de kachel. Met een sis verdampte al het water en Mijntje kwam om door de hete waterdamp. Moesten ze maar geen kachel van Aristona kopen.

Laat ons thans de memoires van Mijndert en Mijntje oprakelen. Op straat werden Mijndert en Mijntje eens overvallen door een man. Hij hield een flesje met water onder hun neus en riep: "Insecticide!" Door dit woord verloren Mijntje en Mijndert het bewustzijn. Hij stopte ze allebei in een vuilniszak. Wat toevallig, daar kwam net de vuilnisman aan. "Kan ik deze zakken in de wagen gooien?", vroeg de man. "Natuurlijk", was het antwoord. De man probeerde het, maar de zakken waren te zwaar. Hij vluchtte. Mijndert en Mijntje ontsprongen de dans.
Nu ze toch met het criminele circuit in aanraking gekomen waren, besloten ze een bank te overvallen. Ze kochten van hun laatste centen een lasapparaat, twee panties (voor over hun hoofd) en een vluchtwagen. 's Morgens vroeg om kwart voor negen, toen nog niemand in de bank aanwezig was, braken Mijntje en Mijndert er in. Het was er pikkedonker. "We zijn zaklantaarns vergeten", fluisterde Mijntje. "Geen nood", zei Mijndert, en ontstak zijn lasapparaat. Zo vonden ze de weg naar de kluis, die een deur had van drie bij vijf meter met een dikte van twee centimeter. Mijndert begon een gat te lassen. Na honderd minuten was hij klaar. Hij wilde er doorheen klimmen, maar merkte dat het gat één centimeter te smal was. Hij maakte een nieuw gat. Deze was wel goed. Met Mijntje klom hij erdoor. Aan de andere kant gekomen, roken ze frisse lucht. "De geur van geld", wist Mijntje. Ze keken om zich heen. Ze stonden buiten naast hun vluchtwagen. Ze stapten erin en vluchtten.
Deze keer bereidden zich grondig voor: ze kochten twee nieuwe panty's, dit keer met een werkje erin, trokken die over hun hoofd en stapten een bank binnen. Het zou de grootste kraak worden in de geschiedenis van de geschiedenis. Mijntje riep: "Ik wil geld hebben! En vlug!" "Hoeveel?", vroeg de bankemployée. "Maakt niet uit!", riep Mijntje hysterisch, "zoveel mogelijk!" "Wat is uw bankrekeningnummer?", vroeg de man. "28 40 65 907!", schreeuwde Mijntje. "Goed", ging de bediende verder, "wilt u dan hier even uw handtekening zetten?" "Goh", zei Mijntje, "ik wist niet dat dat allemaal moest bij een bankoverval." Ze zette een krabbeltje. Ze kreeg negenhonderd gulden in handen en met Mijndert verliet ze het gebouw. "Dat was nogal makkelijk", zei Mijndert.

Mijndert en Mijntje keken teevee. Er werd een man geïnterviewd. Hij zei dat hij een douchende handdoek had uitgevonden. Een andere uitvinder liet zijn toejuichend spandoek zien.
Een derde uitvinder wilde iets uitvinden wat diarree zou tegengaan. Na 19 dagen was het hem gelukt. Het apparaat had iets weg van een groeiende bedrijfstak met toekomst, maar eigenlijk leek het meer op een gordijnroetje. Zodra de diarree zich voordeed, schakelde de man het apparaat in en inderdaad, de schijteritus verdween. Hij was al naar het octrooibureau geweest om octrooi aan te vragen. Maar die werd geweigerd. Het apparaat bestond namelijk al en werd al jaren gebruikt als electrische stoel.
Mijntje zei: "Ik wil rijk worden, maar hoe?" "Ik heb gehoord", antwoordde Mijndert, "dat er met computers veel geld valt te verdienen. Laten we een superchip uitvinden!" Na langdurig onderzoek bereikten ze de doorbraak in de ontwikkeling van deze superchip. Het was nu mogelijk gebleken de inhoud van alle bestaande boeken op Aarde in één chip van twee bij drie centimeter op te slaan. Een enorme gegevenscapaciteit dus. Op de jaarlijks vakbeurs in "'t Gebraden Kippetje" te Hilversum waren Mijndert en Mijntje de eregasten. Ze zouden een demonstratie geven. Op een groot televisiescherm in de hal waar alle gasten aanwezig waren, zou binnen enkele momenten de gehele inhoud van alle boeken ooit geschreven, verschijnen. De zaal hield zijn adem in. Op het scherm verscheen: "Allemaal gelul". Mijntje zei: "Dat was onze uitvinding. Leuk, hè?" De hele zaal rende op Mijndert en Mijntje af. "Gaan ze ons huldigen nu?", vroeg Mijndert aan Mijntje.
Ze vluchtten een zaal in waar juist een lezing over kunstmatige intelligentie en emotie gaande was. Professor Rie was blij dat zijn zaal eindelijk vol stroomde met plubliek. Toen de zaal gevuld was, begon professor Rie: "Sorry dat ik zo laat ben. Niemand hield het tot voor kort voor mogelijk dat een computer in staat zou zijn intelligent te zijn en over emoties te beschikken. Het is mij wel gelukt, ik heb er ook al patent op aangevraagd. Hier is de computer. Er zit een programma in van 24 bits. Wie durft het aan een vraag te stellen aan de computer?" Het bleef 26 seconden stil. Toen stond Jezus op. "Ik", zei hij. "Gaat uw gang", zei professor Rie. "Okee. Computer, beschikt u over kunstmatige intelligentie en emoties?" "Nee", antwoordde de computer. Iedereen stond op en liep weg.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Back to where I came from

In een andere zaal hield een man een vurig betoog. Hij beweerde een machine te kunnen bouwen, waarmee het bestaan van God keihard zou worden bewezen. Volgens 's man's zeggen zouden er in de Bijbel talloze aanwijzingen voor de bouw van zo'n machine zijn. We hoeven hierbij alleen maar te denken aan Nehemia 3, vers 3. Hoe de machine eruit zou zien en hoe hij zou werken, daarover wilde de man, Alfred hitchcock geheten, niks kwijt. Twee uur later was zijn volgende optreden. Intussen had Hitchcock hard gewerkt. Zo hard, dat het apparaat nu klaar was. Hij zou over 'n kwartiertje in werking worden gesteld in het Koningin Wilhelminapark te Soestdijk. Met de gouden koets vertrokken Mijndert en Mijntje hierheen, gedreven door een ongeïnteresseerde nieuwsgierigheid. Daar aangekomen stond er al een menigte van zestig mensen rond een groot podium. Op dat podium een ovaal apparaat, zo'n tien meter hoog, en Hitchcock voor de microfoon. "Dames en heren!", schaterlachte hij de menigte en de teeveecamera's toe, "Over enkele ogenblikken zal ik deze machine in werking stellen. Hier ziet u een klepje. Die doe ik straks dicht en na drieëndertig seconden weer open. Dan zal er door een Godswonder een voorwerp in liggen, een voorwerp dat het bewijs van God genoemd zal worden!" Een siddering ging door het publiek, van vier vrouwen braken de vruchtvliezen. De machine ging aan, klepje dicht. Drieëndertig seconden wachten, klepje open. Daar lag een fluwelen zakje. Ernstig haalde Alfred Hitchcock 'm eruit. "Alleen maar een zakje...", lispelde hij. "Maak 'm open, misschien zit er wat in!", riep de menigte als één persoon. Hitchcock maakte 'm open. Hij haalde God eruit. Het publiek applaudiseerde. "Ja, ik dacht, een beter bewijs is er niet", zei God. Daar was Hitchcock het mee eens. Iedereen ging tevreden naar huis, ook God.
Weken en weken was Mijndert aan het werk in zijn werkkamer. Opnieuw werkte hij aan een uitvinding die de wereld zou schokken. De meest vreemde onderdelen sleepte hij zijn kamer in. Eindelijk was hij klaar. Hij droeg een enorme grote kist op zijn rug de huiskamer in. "Wat is 't?", ondervroeg Mijntje, vanuit haar zondagskrant opkijkend. "Een teleportatiemachine", verklaarde Mijndert. Hij belde de buren op. Of ze voor proefpersoon wilden dienen. "Graag", was het antwoord. De buren kwamen binnen en stapten in. "Het is nou mogelijk om van plaats te veranderen door middel van de vierde dimensie", sprak Mijndert. "Mm", zei de buurman, "ik kan niet zeggen dat het me ook maar iets interesseert." "Kijken of 't lukt", zei de buurvrouw en trok aan een hendel. Ze keek naar buiten en zag veel groen, veel bomen, zonnig, warm, vredig, geen mensen, geen roofdieren, maar schaapjes in een wei. "Peru", wist de buurvrouw. Weer trok ze aan de hendel en keek. Ze zag een kale vlakte, nauwelijks begroeiingen, kilte, fabrieken, veel mensen en geen schaapjes in de wei. "Waarschijnlijk Tjecho-Slowakije", meende ze. Nou trok de buurman aan de hendel. Hij keek naar buiten. "Het binnenste van de zon", ontdekte hij. Hij wilde weer aan de hendel trekken, maar dat ging ineens niet meer.
Mijntje en Mijndert hadden de smaak van het uitvinden nu goed te pakken. Dit keer werkten ze aan de ontwikkeling van een elleboogbuigmiddel. Eindelijk was het klaar. Maar het moest nog getest worden. Ze waren tegen dierproeven, dus plaatsten ze een advertentie: "Proefpersonen gevraagd voor een nieuw elleboogbuigmiddel." Welgeteld één persoon reageerde, het was GBJ. Hilterman. Mijntje smeerde de uitgedrilde puddingachtige substantie op de elleboog van Hilterman. Dit dekte ze af met een lapje. Nu diende men 33 zandlopereenheden te wachten. Na die tijd haalde Mijntje voorzichtig de lap er weer af. Mijndert en zij schrokken. De elleboog van Hilterman was helemaal verschrompeld. "M'n elleboog!", riep hij, "wat hebben jullie met mijn elleboog gedaan?! Ik eis een schadevergoeding en wel onmiddellijk!" "Wacht nog even", zei Mijndert, "ik geloof dat er iets met uw elleboog gaat gebeuren!" Allemaal concentreerden ze zich op de elleboog. "Het werkt!", riep Mijntje, "De elleboog begint te buigen!" "Het werkt! Het werkt!", riep nu Mijndert commercieel uit, "hier gaan we groot geld mee verdienen!" Maar zo leuk bleek het niet. Het buigen van de elleboog was niet meer te stoppen. Hilterman raakte verreumateerd en overleed later door onder een tram te komen.
De nabestaanden sleepten Mijndert en Mijntje voor de rechter. "Dat kon toch niet zo maar", luidde de aanklacht. Rechter van Hanegem blies op een scheidsrechtersfluitje en de rechtzaak kon beginnen. Mijndert en Mijntje werden verdedigd door advocaat Nelis. Plotseling riep de neef van Hilterman: "Daarom zou ik tegen Mijndert willen zeggen: wat heb jij een rotkop." "Bezwaar!", riep advocaat Nelis, "dat is het opzettelijk beledigen van de verdachte." "Bezwaar afgewezen", zei de rechter. Mijntje en Mijndert verloren de rechtzaak. Ze moesten vierhonderd gulden smartegeld betalen. Ze verkochten hun huis. Gelukkig hielden ze nog wat geld over.
Even daarna gingen ze een coffeeshop in Amsterdam binnen. Ze voelden zich ongesteld en hadden trek in wat hasj. Ze bestelden zeven spacecakejes en ongeveer 300 gram losse hasj. Daarmee liepen ze naar de Dam en gingen onder de gedenkbanaan zitten. Alles maakten ze op en langzamerhand werden ze geïnspireerder en geïnspireerder. Het was midden in de nacht toen ze door iemand van het Leger des Heils gewekt werden. Het was majoor Daan, door sommigen Ma Jordaan genoemd. Ze had een grote rijdende ketel met kwik bij zich en daarvan kregen Mijndert en Mijntje een kopje. Nu waren ze sterk genoeg om op te rotten.
Er kwam een bestelauto aangereden. Met grote letters stond op de zijkant van het vervoermiddel: 'Twijfel niet, God is er'. Het busje remde, er ging een deur open en een aantal mensen sprong uit de wagen. Ze deelden stencils aan omstanders uit. Ook Mijntje en Mijndert kregen een papier in handen geduwd. Ze lazen: 'God twijfelt, niets is er'. "Mm", zei Mijntje, "dat zijn wijze woorden."
Ze waren koud thuis of er werd gebeld: tingelingelingelingeling. Mijndert deed open. Daar stonden 52 oude dametjes. De voorste zei: "Meneer, een goeiendag. Mogen we binnenkomen en eens praten?" "Natuurlijk, natuurlijk, kom binnen." De 52 oude dametjes gingen zitten. "Mijntje, zet eens koffie", zei Mijndert. Mijntje belde een cateringbedrijf.
"Meneer", begon een vrouwtje, "u heeft vast wel in het nieuws de grote ellende gezien die er in de wereld heerst." Mijndert dacht diep na en zei toen: "Oja."
"Welnu", ging het vrouwtje verder, "dat zijn de tekenen des tijds, begrijpt u wel?" "Nee", antwoordde Mijndert, "leg uit."
"Nou, dat staat in een heel oud boek beschreven. Dat boek is nou de Bij..." "Sorry dames, maar wie van u wil koffie en wie wil een wolkje?", onderbrak Mijntje.
"Koffie", riep men in koor. "Maar gaat u verder", meende Mijndert.
"Oja. Dat boek waarin staat dat het eind der tijden nabij is en dat Jezus terug naar de aarde zal komen, dat boek heet de Bij..." "Koffie is klaar!", riep Mijntje met vol dienblad.
"Wel Godverdomme!", gilde het oude dametje. Ze pakte een roestige spijker uit haar tasje en riep: "Bekeer jullie tot Jezus, anders gaan jullie eraan!" "Okee, okee!", lachte Mijndert, "we bekeren ons!"
Niet lang daarna reisden Mijndert en Mijntje de wereld af op een ezel. Ze waren op zoek naar de koning van de wereld, op zoek naar een vriend. Ze trokken door woestijnen, prairies en woestijnlandschappen. Zo kwamen ze een man tegen. "Meneer, weet u waar we de Koning van de wereld kunnen vinden?" De man wees op zijn voorhoofd. Mijndert en Mijntje sprongen van hun ezel en kusten de voeten van de man. "Na al die ontberingen!", riep Mijndert de man toe.
Maar na enige dagen begon hun nieuwe geloof al te vervelen.
Ineens zei Mijndert: "Hé! Laten we een nieuwe religie gaan verzinnen. Dat lijkt me een leuke hobby!" "Jottem", zei Mijntje. Ze kochten een bouwvallig hutje op de hei. Dat gingen ze helemaal opknappen. Ze zetten het hutje vol met zilvergrijze boeken kinderpsychologie. Die moest je gaan aanbidden. Ze staken drolletjes aan een touwtje aan, die naar wierook roken. Mijntje liet haar baard staan. Hiervan werd een foto gemaakt en daarvan posters die overal in de stad werden opgehangen. Ook werden stencils uitgedeeld, waarin de religie werd uitgelegd en hun gironummer vermeld stond.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!
De volgende morgen stonden er 88 mensen voor de deur. Ze werden binnen gelaten. Ze moesten zich ontbloten en kregen allemaal een basiskleurige damesjurk aan. Ze gingen ieder voor zich voor een zilvergrijs boek kinderpsychologie zitten en riepen uit volle borst: "Godverdomme!" Dit herhaalden ze één keer, wat een halve seconde duurde. Toen gingen ze weer naar huis terug. Mijndert liet van deze gebeurtenis een poepje.
Van het verdiende geld besloten ze naar een restaurant te gaan. Mijntje zei tegen de ober: "Twee hoofdkazen en een goede fles zure regen." 64 Minuten later kwam de ober terug met op het dienblad twee bloedworsten met een fles darmsappen. "Hé", zei Tineke, "dit is niet wat ik besteld heb. Ik bestelde immers twee hoofdkazen en een goede fles zure regen." De ober ging weg en kwam 55 minuten later terug met twee wurgstokjes. Mijndert en Mijntje verlieten het restaurant.
De nieuwe religie was hun toch niet zo bevallen. Dit keer begonnen Mijndert en Mijntje een handeltje in hakenkruizen. Ze hadden er speciaal een winkeltje voor ingericht. Daar kwam de eerste klant. "Verkoopt u ook hakenkruizen?", vroeg hij. "Jawel", zei Mijntje. "Fijn. Heeft u ook zwarte?" "Oh, ja hoor", antwoordde Mijndert. "Doet u mij dan maar een onsje", zei de klant. "Vuile fascist!", riep Mijntje, "Racist! Rot op!" Hier schrok de klant zó van, dat hij maakte dat hij wegkwam.
"Laten we iets anders verzinnen, iets dat echt een gat in de markt is...", zei Mijndert. "Ik heb het!", riep Mijntje, "een vegetarisch restaurant waar je vlees kunt eten!"
De eerste dag dat het restaurant geopend was, hadden ze al veel succes. Eerst waren er nog protesterende vegetariërs, maar die konden Mijndert en Mijntje geruststellen. Voor het vlees was geen dier gedood. Toen een klant vroeg hoe ze dat klaargespeeld hadden, antwoordden ze: "Door mensenvlees te gebruiken." De volgende dag konden ze de tent sluiten. Ze hadden artikel 39 van het wetboek van strafrechten overtreden, dat luidde: "Het is ten strengste verboden organen en lichaamsdelen te verwerken in recepten en maaltijden, met het doel van winstbejag, zonder achteraf de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de eigenaar van genoemde organen en lichaamsdelen te vragen."

Back to where I came from

Mijndert en Mijntje bedachten een nieuwe manier om aan geld te komen. Ze besloten op 5 december als Sint en Piet langs deuren te gaan. Na het plaatsen van een advertentie ontvingen ze slechts één reactie, van Frank Masmeijer, Soldeerboutstraat 30 in Haarlem. Bij het huis aangekomen, hoorden ze de kinderen al zingen: "Sinterklaasje kom maar binnen met je nikker." "Dit wordt een gezellige avond", zei Mijntje. Ze belden aan. Frank deed open. "komt u binnen, Sintje", zei hij. "Dag kinderen!", riep Piet (Mijntje), toen het tweetal de kamer inliep, en gooide wat aanstekers in iedere hoek. De kinderen kropen overdreven over de grond. Sint (Mijndert) ging op een kruk zitten. "Piet", zei hij, "geef me het grote beeldscherm eens." Mijntje reikte hem zijn laptop aan en Sint las voor: "Andreetje, wie is hier Andreetje?" Een verlegen jongetje stak zijn tong uit. "Kom es hier, knul", zei de Sint. "Ja Marx", zei hij en kroop op schoot. "Hier op het grote beeldscherm staat, dat je altijd heel communistisch voor je ouders bent, maar dat je je bordje nooit helemaal schoon likt. Hoe komt dat nou?" "Omdat het marxisme dat verbiedt", zei het jongetje.
"Zul je voortaan toch proberen al je restjes op te ruimen, Andreetje?" "Ja Marx", antwoordde hij.
"Dan mag je nu iets uit de zak grabbelen", zei Sint. Piet hield de zak voor. Andreetje grabbelde en haalde een vogelspin tevoorschijn. Hij begon te huilen. Sint en Piet werden op straat gezet.
Vlak in de buurt van Mijntje en Mijndert werden opnames gemaakt van het populaire teeveeprogramma 'Tussen kunst en kitch'. Deskundigen zouden ook nu weer alle voorwerpen van de bezoekers onderzoeken en beoordelen op authenticiteit. Mijntje raakte enthousiast: hier viel geld te verdienen. Samen met Mijndert ging ze naar hun rommelzolder. Daar aangekomen vonden ze tussen een hoop troep een heel oud, verschimmeld dood konijn. "Kom mee!", riep Mijntje.
"Ah", zei Lee Towers, die het programma persenteerde, "twee mensen met een oud, verschimmeld, dood konijn. Dat lijkt me wel iets voor antiekdeskundige Sonja van Proosdij." Sonja bekeek het dode konijn nauwkeurig en met een vleesmes schraapte zij voorzichtig het laagje schimmel eraf. Het bleek een geel dood konijn te zijn. "Heel bijzonder", zei Sonja van Proosdij, "het voorwerp stamt uit 1987." "Hoeveel is 't waard?", probeerde Mijndert. "Moeilijk", zuchtte Sonja, "maar ik denk 't wel." Mijndert en Mijntje pakten het dode konijn op en liepen ermee naar buiten.
Langs de dierentuin gelopen, kwamen Mijndert en Mijntje ineens voorbij een bord waarop stond: 'Verzorgers gezocht voor een kip'. Nieuwsgierig geworden liepen ze het huisje binnen waar het bordje naast stond. Even later kwamen ze weer naar buiten met aan een touw de kip. Ze hadden de opdracht gekregen dit dier zorgvuldig te verzorgen, totdat er een vliegtuig zou vertrekken naar het gebied waar de kip thuishoorde, de ijsvlakte op Antarctica. Mijndert en Mijntje namen het dier mee naar huis en installeerden hem op hun zolderkamertje. Ze hadden gehoord dat je het dier sinaasappels moest voeren. Dat hadden ze niet in huis, maar het bleek dat de kip ook andijvie lustte. Verder moest ie zeven keer per dag uitgelaten worden en acht keer per dag gemolken. Dit ging zo drieëntwintig dagen goed, totdat ineens de kip er genoeg van kreeg en de deur van het zolderkamertje intrapte. Hij rende de trap af, opende de voordeur en holde de straat op. Mijndert en Mijntje, die net aan het bloemschikken waren, schrokken, maar besloten het dier te achtervolgen. Op straat pikten ze een ambulance op. De kip was volslagen gek geworden. Op de A3, Groningen richting Middelburg, stond een file van tien kilometer, maar de kip trok zich er niets van aan en rende over de daken van de auto's heen. Mijndert en Mijntje konden niets anders doen dat het dier hierin te volgen. De kip werd zenuwachtig van de achtervolging en begon luid te mekkeren. Met grote sprongen ging hij naar het vliegveld en stapte het eerste de beste vliegtuig in. Dit was het vliegtuig naar de ijsvlakte op Antarctica. Zo kwam de kip toch nog goed terecht.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Toch leverde dit bijbaantje te weinig geld op alhoewel ze zwart uitbetaald kregen. Daarom zagen Mijndert en Mijntje zich genoodzaakt om op dievenpad te gaan. Na een middagje winkeldiefstal, werden Mijndert en Mijntje geheel onverwachts in de kraag gegrepen door twee verdachte agenten. "Snotverdorie", vloekte Mijndert. Op het bureau moesten ze hun plunjezak omkeren op een tafel. Eruit rolden spijkers, wijnflessen, een brood, kurken en een lachspiegel. "Wat heb je hierop te zeggen?", vroeg een droge agent. "Dat het hier een rotzooi is", zei Mijndert, "waarom laat men zijn troep altijd zo slingeren?" Dit was een reden voor de agent om hem en Mijntje weer te laten gaan.
Op de weg terug naar huis werden ze aangehouden door een collectant. "Goeiedag mevrouw meneer", zei de collectant, "ik ben van Stichting Red de kikkers, heeft u daar weleens van gehoord?" "Ja", zei Mijntje, "van kikkers heb ik weleens gehoord." De collectant liep door.
"Wat een goed idee!", riep Mijntje enthousiast. "Wat is dat?", vroeg Mijndert afwezig. "We moeten ons leven wijden aan het steunen van een goed doel. Daar valt geld mee te verdienen!"
En zo kwam het dat ze enige uren later langs de deuren gingen met een collectebus. Ze belden aan. Joop van Thijn deed open. "Meneer, heeft u iets over voor de actie steun de collectebus?" Joop van Thijn pakte zijn portemonnee en gooide hem in de bus. "Dank u wel."
Volgende deur. Neelie Smit-Kroes deed open. "Mevrouw, heeft u iets over voor de actie steun de collectebus?" Neelie Smit-Kroes deed de deur dicht. Zo gingen ze dagenlang langs de huizen.
Na verloop van tijd hadden ze genoeg geld ingezameld om drieëntwintig nieuwe collectebussen te kopen. Daardoor konden meer mensen met collectebussen gaan lopen om zodoende meer geld voor de actie te verzamelen. Al gauw liepen zeventigduizend mensen langs de deuren en na verloop van tijd waren er meer collectebussen dan mensen in het land. Nu konden Mijndert en Mijntje een exportbedrijf in collectebussen opzetten. Van de winst daarvan konden ze nieuwe collectebussen kopen en zelfs collectebusfabrieken opzetten. Binnen afzienbare tijd waren er meer collectebusfabrieken dan mensen op de wereld. dit leverde zoveel vervuiling op dat leven onmogelijk werd en iedereen stierf. Maar de fabrieken, volledig geautomatiseerd, draaiden gewoon door. Miljarden en miljarden collectebussen stapelden zich op, totdat de grondstof ijzer opraakte.
Eén miljard jaar later landde er een delegatie buitenaardse wezens op aarde. Toen ze de bende zagen van een landschap bestaande uit ondefinieerbare metalen bussen met gleuven erin, riep één van de wezens angstig: "Nee! Niet weer die oneindige diepe put! Ik moet het hoofd koel zien te houden!" en ze vluchtten met hun schepen weer weg. Wat een goed doelloos toekomstbeeld!

Door al deze baantjes zwommen Mijndert en Mijntje weer aardig in de centjes. Ze kochten een huis en plaatsten een advertentie waarin een butler gevraagd werd.
Die morgen rinkelde Mijntje met haar belletje. Daar kwam de eerste sollicitant al binnen. "Gaat u zitten", zei Mijntje. De man ging zitten. "U weet dat butlers nooit in de woonkamer mogen gaan zitten. U kunt gaan." De man ging. Weer rinkelde Mijntje haar belletje. Daar kwam een gekrenkte man binnen. "Gaat u zitten", zei Mijntje. "Nee, dank u wel", wist de gekrenkte man. "Goed zo", zei Mijntje, "Schenkt u mij maar wat thee in." De man pakte de theepot en schonk haar kopje vol. "U kunt gaan", zei Mijntje, "ik vroeg om wàt thee, niet een kopje vol." De gekrenkte man dronk de thee op en ging. Mijntje schudde haar belletje tot rinkelendst aan toe. Daar kwam Jaap van Meekren binnen. "Ik ga niet zitten en ik schenk u een half kopje thee in", zei hij en deed dit. "Prachtig!", riep Mijntje, "De krant alstublieft." Jaap van Meekren gaf haar het Staphorster Kleitablet terwijl hij 'mevrouw' zei. "Vinger me", sprak Mijntje. Jaap vingerde haar. Toen ze af was, blies ze: "U bent... zuig, zuig... u bent aangenomen." Jaap van Meekren boog.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Jaren en jaren gingen voorbij. Ook Mijndert was tevreden over de nieuwe aanschaf. Wat hij en Mijntje echter niet wisten, was dat Jaap niet echt een butler was, maar een heuse huurkiller, ingehuurd door hun aartsvijand minister Deetman. Hoe was dat nou zo gekomen, dat Deetman hun aartsvijand werd? Dat gebeurde drie jaar geleden. Mijndert en Mijntje liepen samen over straat en kwamen een man tegen, minister Deetman dus. Mijndert vroeg hem: "Hoe maakt u het?" Deetman snakte naar adem en vroeg: "W-wat zei u?" Mijntje vulde aan: "We willen alleen maar weten hoe u het maakt, dat is toch een gewone vraag, niet?" Minister Deetman rende schreeuwend weg. En nu was huurmoordenaar Jaap van Meekren druk bezig om Mijndert en Mijntje van de aardkloot weg te vagen. Hoe? Door iedere dag vijf druppeltjes van een onwerkzaam gif in hun glas vergiftigde thee te doen. Nadat Mijndert dit opgedronken had, begon hij ineens hevig te gapen en er kwam een vreemde, doodkalme boer uit zijn mond. hij stortte ter aarde maar wist weer op te krabbelen. Na drie seconden begonnen de eerste verschijnselen zich aan te kondigen. Mijndert kreeg het Iraans benauwd en zijn ellebogen kleurden ineens donkergrijs. Hij strompelde naar het balkon, ze woonden veertig hoog op een wolkenkrabber in Wenen, om naar frisse lucht te happen. Maar z'n evenwichtsorgaantjes werkten niet meer. Hij bungelde en viel naar beneden en bleef op straat roerloos liggen alsof z'n leven ervan afhing. Hoe verging het Mijntje? Zij zag Mijndert vallen en kreeg van schrik een dodelijk onschuldig griepje. Butler Jaap van Meekren meldde het goede nieuws aan minister Deetman. Die kon zich van zijn opdracht echter niets meer herinneren, raakte gedissocieerd en hakte de kop van een onbenullig kijkende Jaap af. Gelukkig konden Mijndert en Mijntje gereanimeerd worden.

Maar Mijntje kreeg enverwachts last van dat ze zich meer kon herinneren dan dat ze kon weten. Ze moest opgenomen worden.

Back to where I came from


Hoe hadden Mijndert en Mijntje elkaar ooit ontmoet? Ze emigreerden allebei op hetzelfde moment naar Nederland. Ze ontmoeten elkaar in een vliegtuig van Sony op de Niet Ademhalen-afdeling. "Zo mevrouwtje", probeerde Mijndert een gesprek aan te knopen, "wat brengt u naar Nederland?" "Kemigreer", antwoordde Mijntje zenuwachtig. "Wat? Dat is ook toevallig", reageerde Mijndert, "kook!" En zo ontstond een urenlang gesprek, waarin ze volkomen langs elkaar heen praatten en elkaar goed leerden kennen. Ineens klonk door de luidsprekers van het vliegtuig: "Dames en heren. Dit is uw kapitein sprekende. Maakt u zich niet ongerust. Einde mededeling." Vijftig seconden later kwam een asgrauwe stewardess de cabine in. "Maakt uw gordels vast", zei ze, "we moeten door een stormgebiedje heen. Het toestel kan een klein beetje gaan wiebelen, maar het is niks om u ongerust over te maken." Door de luidspreker klonk de stem van de piloot: "Ik zie het niet meer zitten! Wie redt mij uit deze ellende?" Drie seconden later begon het toestel zich hevig heen en weer te verplaatsen, waardoor de passagiers hevig heen en weer verplaatst werden. "Ik heb angst!", riep Mijntje zwaar overtrokken, "Ik heb zo'n verschrikkelijke angst!" "Ik ben blij! Ik ben zo verschrikkelijk blij!", riep Mijndert. "We verliezen hoogte!", klonk er, "maar bekijk het van de positieve kant: we winnen laagte!". Plotseling viel overal het licht uit. De mensen schreeuwden het uit van paniek. De stewardess riep dat de mensen niet moesten zeggen dat ze stom was, want daar kon ze niet tegen. "Ik adviseer dat we allemaal onze parachutes pakken!", huilde ze. Iedereen trok zijn parachute aan. "Waar is de luchtkoker?", gilde Mijntje ernstig. "Deze kant uit", vermoedde de stewardess. Alle passagiers sprongen via de luchtkoker het vliegtuig uit. Zo ook Mijndert en Mijntje. Ze hielden zich aan elkaars strot vast om bij elkaar te blijven. Op zo'n 90 meter hoogte trokken ze hun parachutes open. Er kwam een kaartje aan een touwtje uit. Mijntje las: "Deze parachutes zijn defect. Neem de twee parachutes in het kastje linksboven." "Afschuwelijk", reageerde Mijndert. Toen hoorden ze een zachte zoef. Ze waren geland. Het was een zachte landing, want ze waren terechtgekomen op een zachte landingsplaats. Maar toch hadden ze best wel pijn. Ze keken waar ze terechtgekomen waren. Ze zagen een kale oppervlakte, veel geel zand. Het was er erg warm, hier en daar lag een skelet en rechts van hen stond een fabriek. Ze stapten naar binnen. Ze zagen een man achter een balie. Mijndert vroeg: "Meneer, in welk land bevinden wij ons?" De man drukte op de bedrijfscomputer en las: "Nederland."
Eenmaal weer buiten moesten ze door een gezellige, donkere verlaten steeg. Net toen ze als gespreksonderwerp gebak wilden aansnijden, werden ze door een arm een deur ingetrokken. Ze stonden voor een brede, gespierde slungel. Het was Joop Daalmeijer. "Jullie willen vast wel wat bijverdienen", zei hij met een geheimzinnige stem. Net voordat ze konden antwoorden, kreeg Mijndert een koffer in handen geduwd. Met handboeien werd hij eraan vastgeketend. "In deze koffer zit acht kilo smeerkaas en een tijdbom. Jullie moeten dit goedje naar Polen smokkelen per vliegtuig. Binnen 44 uur, want dat is de tijd waarna de bom ontploft. In Polen wacht een onbetrouwbare man jullie op, je kunt hem herkennen aan een groen uitgeslagen onderbroek, die neemt jullie de koffer af en overhandigt jullie de rijkelijke beloning." "ik vind het best", lachte Mijntje, "Als we hier weg zijn, neem ik een pneumatische drilboor, boor de handboeien door en gooi de koffer weg!" "Fout!", riep Joop Daalmeijer uit, "Door de handboei loopt een draadje. Als die wordt doorgeknipt, ontploft de bom ook." Mijntje en Mijndert lieten een boertje uit puur verdriet. "Ik zou maar opschieten", riep Joop, "jullie hebben nog maar 43 1/2 uur de tijd!" Mijndert en Mijntje schopten elkaar richting Schiphol. Daar kochten ze twee retourtjes Polen. Bij de douane werden ze aangehouden. "Hebben jullie nog iets aan te geven?", vroeg een douanier. Om de aandacht van de koffer af te leiden gaf Mijntje haar quartzhorloge aan. "Dank u wel", zei de douanier. Mijntje en Mijndert gingen in het vliegtuig zitten. Het steeg op. "Als we maar op tijd aankomen", knoopte Mijntje een gesprek aan. "Nou!", zei Mijndert. Tijdens de reis neurieden ze liedjes op de maat van het tikken van de tijdbom. Ineens begon het vliegtuig te schommelen. "Wat gebeurt er?", riep een passagier. Door de luidspreker klonk de piloot die het Onze Vader voordroeg. "Wat gezellig!", zei Mijntje. Al snel kwam het vliegtoestel met een luide brom in een bos neer. Mijndert en Mijntje verloren hun bewustzijn. Toen ze bijkwamen, ze waren lichtgewond, Mijndert had een geschaafde anus, Mijntje een gekneusde nek, keek Mijndert op zijn horloge. "Onee!", riep hij, "Over tien seconden ontploft de bom!!!" Bedrogen wachtten ze af. Er klonk een bonk. De koffer was iets uitgezet. "Sterke koffer", zei Mijntje, "Welk merk?" Mijndert las: "AEG." "Goh", meende Mijntje.
Met het eerstvolgende vliegtuig vertrokken ze huiswaarts. Plotseling hoorden ze een luide knal. De passagiers begonnen te hijgen. Een bange steward kwam uit de cockpit gebeend: "Er is niets aan de hand!", riep hij, "De vleugels zijn slechts van het vliegtuig afgebroken." Een passagier overleed. "We maken nu een noodlanding op de rotatieas van de Aarde", ging de steward verder, "en stappen dan over op een ander toestel. Raak niet in paniek, blijf bij ons, we zijn terug na de volgende commercial!" Jaren en jaren later stortte het vliegtuig te pletter. Mijndert en Mijntje hadden het echter al aan voelen komen en waren op tijd uit het vliegtuig gesprongen.
Ze namen het eerstvolgende vliegtuig dat richting huis ging. Opnieuw kreeg het vliegtuig waarin Mijndert en Mijntje zaten, last van totall loss-heid. De piloot kondigde aan dat het vliegtuig een noodlanding moest maken. Dit keer landde het vliegtuig op het hemelgewelf en werd gerepareerd. Algauw zaten ze weer in het vliegtuig, dat nog een beetje een vreemd geluid maakte en een beetje neerstortte op een woonwijk, maar toen bereikten ze veilig en wel Schiphaven Luchthol.
De volgende dag zaten Mijndert en Mijntje in een vliegtuig met rugzakken op. Ze herinnerden zich dat ze twintig jaar geleden een parachutesprongbrevet gehaald hadden. Nu wilden ze waar voor hun geld.
"We zitten op honderdnegentig meter hoogte", zei de piloot. "Het wordt tijd dat we gaan springen", zei Mijndert. "We zitten op dertig meter hoogte", zei de piloot buitengewoon teleurgesteld. Mijndert trok de deur met een grote zwaai open. De wind sputterde om hun oren. Ze telden tot honderd en toen sprongen ze. In vrije val gingen ze naar beneden en het stukje vlees in hun kuiten draaide zich om in hun buik. Na enige tijd besloten ze de parachutes open te trekken. Bij Mijndert brak het koordje en bij Mijntje scheurde de parachute. "Hoe komen we uit deze penibele situatie zonder iets te breken?", kermde Mijntje. "Neem jij mijn parachute, dan neem ik jouw koordje", sprak Mijndert intelligent.
De tweede keer dat Mijndert en Mijntje elkaar toevallig ontmoetten was het weer op Schiphol. "Zo mevrouw Mijntje", zei Mijndert, "bent u op Schiphol?" "Ja", antwoordde Mijntje aangedaan, "u ook?" "Inderdaad. Wat doet ú hier?" "Eh, ik ga met het vliegtuig." "Zo. Vliegen?" "Jaja." "Waarheen?" "Rusland." "Zozo, ik ook, dat is toevallig, daar moet ik ook heen!" "Goh!" Ze stapten even later beiden het vliegtuig in en vlogen weg. Een conducteur kwam bij hen. "Kaartjes, alstublieft", zei hij. "Meneer, u vergist zich, dit is een vliegtuig, we zitten hier niet in een trein", zei Mijntje. "Alstublieft mevrouw, heeft u ooit wel eens een vliegtuig met een conducteur gezien?" "Nee." "Nou dan, hier die kaartjes." De kaartjes werden gegeven, vernield en teruggegeven.
"Wat gaat u doen in Rusland, als ik vragen mag", vroeg Mijndert. "Ik ga m'n betovergrootmoeder euthanaseren, als ik antwoorden mag", antwoordde Mijntje. "Wat is dat, uit een naas eren?", vroeg Mijndert oppervlakkig. "Dat is hulp verlenen bij zelfdoding van deez' en gene", wist Mijntje nog. "Wat interessant", vermoedde Mijndert. Daar kwam de stewardess met de voeding. Mijndert en Mijntje voedden zich. Even later riep Mijndert de stewardess bij zich. "Lekker ding", zei hij, "waar is de ontlastingskamer, er moet ontlast worden." De stewardess wees hem de weg. Toen Mijndert terugkwam, vroeg hij aan Mijntje: "Mag ik met u meereizen?" "Als ik jij tegen u mag zeggen, wel", antwoordde Mijntje huilerig. "Jij mag jij tegen mij zeggen als ik van jou jou in plaats van u tegen jij mag zeggen", reageerde Mijndert. "Mag ook." Het toestel werd aan de grond gezet. Met een bakfiets vertrokken ze naar Mijntje haar betovergrootmoeder. Zesentwintig dagen later was het zover, Mijntje zou euthanasie plegen op haar betovergrootmoeder. Betje zat in haar stoel en had haar borst ontbloot. Ze overhandigde Mijntje een mes. Mijndert keek gespannen toe. "Ga je gang", zuchtte Betje, "mijn tijd is gekomen, het is drie uur 's nachts, het tijdstip dat we hadden afgesproken." "Is er sprake van ondraaglijk lijden?", vroeg Mijndert. "Ja", antwoordde Betje. "Hoezo?", vroeg Mijndert. "Nou, we spreken er nu toch over, dus is er sprake van." "Kan ik nou beginnen?", vroeg Mijntje geïnspireerd. "Ja", zei Betje. Mijntje stak met een transpirerend gebaar het mes in haar borst. "Nog een ietsje naar rechts, Mijntje", zei Betje. Mijntje volgde haar advies op. "Ja daar, goed zo", gorgelde Betje, "Vaarwel. En, oja, wat ik nog wou zeggen, ik..." Ze gleed van haar stoel en overleed. "Het was een enerverend mens", sprak Mijntje. "Maar wat wilde ze nou zeggen?", vroeg Mijndert. "Wat het ook was, het zal niets dringends zijn geweest, anders had ze 't wel eerder gezegd", zei Mijntje.
Uit haar testament bleek dat ze gecremeerd wilde worden, alleen wel in delen: haar hoofd apart, haar hart apart, haar vagina met baarmoeder apart en haar benen en voeten apart. De rest mocht aan de spinnen gevoerd worden. Het as van haar hoofd moest uitgestrooid worden in de universiteitsbibliotheek van Medemblik, daar had ze veel gestudeerd. Het as van haar hart mocht boven Zuidafrika losgelaten worden: aan dat land had ze haar hart verpand. 't As van voeten en benen werd uitgeworpen boven Ons Dorp, daar had ze zoveel voettochten gemaakt. Als laatste moest het as van haar baarmoeder en vagina in de slaapkamer van Willem Oltmans uitgestrooid worden, waarom stond niet vermeld.

Back to where I came from

Er kwam een geraamte met een zeis aangelopen. "Ik ben de dood en ik kom u halen", sprak het. "Goh", zei Betje, "wat leuk!" Ze stapte in een zwarte koets die al klaar stond. De dood sloeg zijn zweep op de acht zwarte paarden en de koets begon met een luid geratel te rijden. "Waar zouden we toch heen gaan?", vroeg Betje zich af. De reis duurde heel lang. Het landschap werd hoe langer hoe mistiger. Als je uit het raampje naar boven keek, kon je de grond niet eens meer zien. Het geratel van de wielen en het gesuis van de wind werd steeds harder. Betje raakte in een trance. Ze kwam in een draaikolk terecht. Toen ze ontwaakte, was ze in het dodenrijk: groen, groen en nog 's groen. "Eigenlijk wel een beetje groen hier", zei ze. Ze besloot terug te gaan.

Ze braken 's nachts in in het ruimtevaartcentrum Cape Canaveral. Daar zagen ze de spaceshuttle op het lanceerplatform staan. Hij stond er startklaar bij, want de volgende morgen zou hij vertrekken. "Zullen wij er stiekem in gaan?", vroeg Mijntje aan Mijndert. "Okee", antwoordde hij en zo geschiedde. Toen ze in de stoelen in de neus van de shuttle lagen, zei Mijntje: "Ik heb wel trek in een sjaffie." Ze had geen vuur bij zich, maar ze zag een knop waar "vuur" op stond en daar drukte ze op. Ze landden op Mars. Mijndert stapte als eerste uit, maar struikelde. Hij zei: "Dit is een kleine struikeling voor mij, maar een grote struikeling voor de mensheid." En Mijntje reflecteerde: "Is rechtvaardigheid een onbereikbaar ideaal?" Ze vlogen gauw terug naar de Aarde, zodat niemand heeft gemerkt dat de spaceshuttle even weg was geweest.
"De wereld is fascistisch", riep Mijndert plotseling, "ik wou dat we daar iets tegen konden doen." "Weet je", zei Mijntje, "wat de wereld nodig heeft? Het besef dat we niet de enige in het heelal zijn! Weet je wat, laten we naar buitenaards leven zoeken." "Hoe?", zuchtte Mijndert. "Gewoon, zoeken of je intelligente radiosignalen uit het heelal kunt opvangen!" Ze bouwden een uiterst gevoelige ontvanger, sloten die aan op hun RTL 4-schotelantenne in de achtertuin en richtten de schotel richting het melkwegstelsel. Gespannen luisterden ze naar binnenkomende signalen. Opeens hoorden ze een regelmatig knallend geluid. Mijndert nam dit op de band op. Later luisterden ze het terug. Ze versnelden het geluid en filterden het. Toen kwam er ineens een duidelijke, buitenaards klinkende stem uit. Mijndert en Mijntje stonden perplex: ze hadden buitenaards leven ontdekt! De boodschap luidde: DE LACHWEKKENDE SLAAPPIL SPRINGT ONDER EEN SLAAPVERWEKKENDE PORNOVIDEOBAND. Ze stuurden de geluidsband met tekst naar instituut I.E.L.O.A.P.Z.J.W.Z.N.O., Is Er Leven Op Andere Planeten, Zo Ja, Waar, Zo Nee, Oh. Daar dacht men echter dat men met fantasten te doen had en de geluidsband met de tekst: de lachwekkende slaappil springt onder een slaapverwekkende pornovideoband, werd vernietigd. Mijndert en Mijntje waren hier vanzelfsprekend wat door uit het veld geslagen, maar ze besloten door te zoeken. Maar meer dan "DE EEN", kregen ze niet meer.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

De volgende dag, 's avonds laat, vroeg Mijndert aan Mijntje: "Ga je mee een ritje maken met mijn zeilbootje?" "Hoi, ja!", riep Mijntje en in volle vaart voeren ze weg. Ze kwamen in een vlak landschap terecht, met slechts hier en daar een eenzame Christusdoorn. De maan was vol en gaf een stekelige gloed over de dingen. Er stonden veel sterren aan het firnament. "Wat is dat voor een sterrenbeeld?", vroeg Mijntje en wees recht vooruit naar een serie lichten. "Dat is geen sterrenbeeld", legde Mijndert bedrukt uit, "dat is een buitenaards ruimtevoertuig." Het enorme gevaarte, Mijndert en Mijntje schatten de afmetingen op vierhonderdtwintig bij vijf meter, landde nu. Er ging een luik open en er rolde een glazen bol uit, die voor de voeten van Mijndert en Mijntje tot stilstand kwam. Erin zat een mensachtig wezen. Het zwaaide. Mijndert en Mijntje zwaaiden terug. "Wij zijn reizigers van de planeet Kral, uit het zonnestelsel Braft in de Andromedanevel. Wij reizen via tijdsvertragingen en wormgaten", hoorden Mijndert en Mijntje telepathisch in hun hoofd. "Goh, jeetje, wat interessant hè, Mijndert?", zei Mijntje, terwijl ze hem aanstootte. "Nounou", zei Mijndert. "Maar", ging het wezen van de planeet Kral verder, "nu waarom we hier zijn. We hebben reden om aan te nemen, dat de mensheid in haar huidige bestaansvorm, namelijk als een zooitje bijeengeraapte lullen, niet langer voldoet aan de kosmische bepalingen, zoals die zijn vastgelegd in de Kork-statuten. Hier kan alleen verandering in komen, als de mensheid een nieuwe godsdienst gaat aanhangen. "Goh", zei Mijntje, "Gaat u vooral door." "Welnu", sprak het wezen, "die godsdienst moet als volgt gaan ontstaan: een man of vrouw moet allerlei onzin gaan rondbazuinen en zich daarna door een stel barbaren aan een houten lat laten vastspijkeren. Vervolgens..." "Wacht eens even", zei Mijndert diep nadenkend, "ik kan me herinneren dat zoiets negentienhondervijfenvijftig jaar geleden al eens is gebeurd!" "Wacht eens", zei het wezen, "is dit niet planeet Zurma uit het zonnestelsel Dirz?" "Ik vrees van niet", zei Mijntje. "Oh, het spijt mij verschrikkelijk, zoveel van uw kostbare tijd gebruikt te hebben, dan zit ik blijkbaar verkeerd. Neemt u me niet kwalijk. Goedenavond." "Goedenavond", zeiden Mijndert en Mijntje. De bol rolde terug het schip in en het voertuig steeg op en verdween richting ster Dirz.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

De volgende morgen waren ze al vroeg uit de veren. Ze besloten lekker in het bos te gaan huppelen en even later zaten ze in de touringcar op weg naar het Matrozenbos. Ze hadden Ming, hun beo, meegenomen, die kon dan fijn met ze meehuppelen.
Na een paar honderd meter in het bos afgelegd te hebben, huppelde de beo plotseling luid miauwend en blaffend van het pad af de struiken in. "Wat zou er zijn?", vroeg Mijntje zich woedend af. Ze slopen achter hun beo aan. Wat schrokken ze! De beo had een gillende Jupiteraan in zijn snavel. "Lamelos!", gilde hij, "Lamelos!" "Af! Ming, af!", riep Mijndert. De beo liet de Jupiteraan los. Het mannetje schikte zijn kleding. "Wie ben jij?", vroeg Mijntje aan hem. "Dat mogen jullie niet weten", zei de Jupiteraan geheimzinnig. "Waarom niet?", vroeg Mijndert. "Ikke nie begrijpe, ikke buitenaards", antwoordde het mannetje. "Zeg op!", riep Mijndert, "ander stuur ik Ming weer op je af!" De beo hoorde dat zijn naam genoemd werd en zoemde angstaanjagend. De Jupiteraan leek angstig en zei: "Goed." Hij ging op een boomstronk zitten en Mijndert en Mijntje kwamen naast hem zitten. "Ik ben Mertvandergaal", begon het ventje, "en kom van de planeet Diesvoerger, uit een zonnestelsel dat zeven lichtjaar van jullie zonnestelsel is verwijderd. Maargoed. Ik ben naar de Aarde gezonden om een boodschap aan jullie mensen over te brengen. Maar dat mocht ik pas doen op de dag dat de spiraalarm waar jullie zon en Aarde inzitten, van het melkwegstelsel afbrokkelt en dan in de diepte van het heelal zal vallen, waardoor jullie Aarde zal vergaan." "Onze Aarde vergaan?", vroeg Mijntje verschrikt. "Juistem", zei Mertvandergaal. "En wat is nu je boodschap?", vroeg Mijndert. "Mijn boodschap is dat iedereen die ouder is dan vijf jaar, onmiddellijk naar het hoofdbureau van politie moet gaan om zich daar te melden." "En wat wil je daar mee bereiken?", vroeg Mijndert pietluttig. "Daar wil ik mee bereiken", ging het kereltje verder, "dat dodelijke verkeersslachtoffers, ontstaan door lawines, voortaan met bromfietshelm, of in ieder geval met een amulet, zullen skiën op drukke snelwegen tijdens de spits. Nu heb ik al teveel gezegd. Een goeiemiddag saam!", riep hij en hij rende weg, de struiken in.
Eenmaal thuis begon de telefoon te rinkelen. Mijntje nam op en kermde haar naam in de hoorn. "Een goedenmiddag", klonk aan de andere kant een militaire mannenstem, "heeft u vanmiddag iets te doen?" "Nee hoor", zei Mijntje. "Dan wil ik u verzoeken naar ons toe te komen. U mag één betrouwbaar personage meenemen." "Is Mijndert goed?", vroeg Mijntje. "Is hij betrouwbaar?", vroeg de militair. "Jazeker", antwoordde Mijntje. "En is het een personage?" "Ook dat." "Dan is 't goed. Komt u met hem naar dat en dat adres daar en daar, zo en zo laat." "Oh, dan mag ik wel opschieten", riep Mijntje en hing op.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Met Mijndert vertrok ze naar een afgelegen gebouw in een dichtbevolkte omgeving. Ze klopten aan een poort. Via een intercom hoorden ze: "Wachtwoord graag." "Ai, probleempje", zei Mijntje. De poort ging open. Ze werden door een teneergeslagen man naar een kamer gebracht. Daar zat achter een bureau de man die gebeld had. Een hoge militair. Het was Frits Bom. "Zo, daar zijn jullie. Waarom hebben wij jullie laten komen? Dat zal ik zeggen. Wij hebben jullie oordeel nodig. Zesenvijftig jaar geleden vloog er een vreemd object over dit gebouw en stortte ergens neer. Wij gingen erheen en vonden daar een buitenaards wezen. Het leefde nog. We namen hem gevangen. We ondervragen hem sindsdien maar hij wil niets loslaten. Waarschijnlijk speelt het taalverschil een rol. Het wezen ziet er verschrikkelijk eng en luguber uit. Willen jullie zo behulpzaam zijh hem te onvervragen? Bij jullie zal hij zich natuurlijk erg op z'n gemak voelen. Kom mee." Ze werden naar een kooi geleid waar het wezen inzat en daarmee alleen gelaten. "Wezen, wie ben jij?", probeerde Mijntje, ze probeerde haar afschuw over dit gedrocht te verbergen. "Hallo Mijntje", zei het wezen, "ik ben Joop Doderer. Ik heb plastische chirurgie laten doen, maar de chirurg heeft hier en daar wat foutjes gemaakt. Hij had z'n dag niet, vertelde hij mij later. Maar ik wil niet dat dit in de publiciteit komt. Daarom heb ik tot nu toe gezwegen. Jullie moeten me helpen ontsnappen, ik had niets te maken met dat vliegende voorwerp, sie." Mijndert pakte de sleutel en maakte de kooi open. Joop Doderer liep eruit, liep naar het raam, sprong eruit, vloog door de lucht, werd door een vliegend voorwerp opgepikt en het voorwerp vloog weg richting Proxima Centaurus. Mijndert en Mijntje gingen, in zak en as, weer naar huis.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Back to where I came from

Buiten kwamen ze een gammele man tegen, met microfoon en bandrecorder. "Wat wilt u?", vroeg Mijndert. "Van alles", antwoordde de man, "maar daar wil ik het niet over hebben. Waar ik het wel over wil hebben is het volgende." "Daar ben ik niet in geïnteresseerd", zei Mijndert en liep met Mijntje door. De man holde achter ze aan. "Ik ben van 't Zwarte Gat van Veronica. Ik wou vragen of u mee wilt doen met een test om te zien of u paranormaal bent." "Oh, laten we 't doen", zei Mijntje, "dan krijg ik eindelijk erkenning. Ik voel paranormaal aan dat ik paranormaal begaafd ben." En zo kwam het dat ze een uur later in de studio zaten. live in de uitzending. Mijndert kreeg van een meisje een envelop in handen. "Ik zie een kale man met een zwarte sjaal om", zei hij. "Hoe kan dat nou?", zei ze, "in deze envelop zit de vergoeding van de reiskosten." "Dankjewel", zei Mijndert. André Groote gaf ze nu ieder een envelop met inhoud. "Hierin zit een foto van een bekende Nederlander", zei hij, "voel eraan, vouw eraan, werp het weg, ruik er voor mijn part aan, en vertel wat er in je opkomt." Eerst begon Mijndert. "Ik zie", begon hij, "een persoon. Ik weet 't niet zeker hoor, maar volgens mij is er ooit een foto van hem of haar gemaakt en die foto zit nu in deze envelop. De foto zelf is vierkant en aan de achterkant is ie helemaal wit." De envelop werd geopend. Het was een foto van Frank Masmeijer. Alles wat Mijndert gezegd had, klopte. Nu was het Mijntjes beurt. "Oh", zei ze, "ik voel me nu heel naar worden. Wat een akelig mannetje is dit. Wat een miserabel ventje. Een stinkende hufter. Een onbeschofte bullebak." De envelop werd opengemaakt. De foto toonde een geschokte Joseph Luns. Mijntje zat het dichtst bij de waarheid en kreeg als prijs een helderziende wichelroede en een uitnodiging voor In de hoofdrol.
Even later zat Mijntje in De Hoofdrol met Mies Bouman. Mies Bouman begon presentatiegedrag te vertonen. Ze riep: "Mijntje, hier is je grootste vriend, die jou altijd al heeft willen zoenen!" Mijndert kwam binnen en zoende Mijntje. Mijntje glimlachte. "En hier", ging Mies Bouman verder, "is je grootste vijand, die jou altijd al heeft willen vermoorden!" Mies Bouman haalde een wapen tevoorschijn, maar werd door een cameraman neergeslagen. De show was voorbij. Terwijl het publiek naar buiten ging, liep de zaal leeg.

Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert had een oogje op de verkoopster van het warenhuis om de hoek. Hoe moest hij nu met haar in contact komen? Ze werkte op de radio-afdeling bij de kassa. Mijndert zocht en zocht, wat zou hij nu eens gaan kopen? Hij pakte zomaar iets willekeurigs, een teevee en liep ermee naar de kassa, waar het meisje, Judith genaamd, stond. "Dag snoepkutje", zei Mijndert aardig, "zou je deze teevee lief voor me willen afrekenen?" Het meisje kreeg kippevel en lachte onaardig. "Ga je mee vanavond naar de kermis?", vroeg Mijndert. Judith kreeg een bloedneus, ze wist niet wat ze moest zeggen. "Eh", stamelde ze, "ik kan vanavond niet." "Waarom niet?", vroeg Mijndert dom. "Eh", zei ze, "ik moet vrijen vanavond." "Oh", zei Mijndert.
Mijndert schreef een contact-advertentie: "Oude man zoekt vrouw." Vijfentwintig dagen later kreeg hij driehonderd brieven. Hij las ze allemaal. Toen plaatste hij een tweede advertentie: "Oude man zoekt vrouw die nooit brieven schrijft." Na vijfentwintig dagen kreeg hij geen brief. Met haar besloot Mijndert nader kennis te maken. Mijntje was haar naam. Al snel vond de huwelijksplechtigheid plaats.
"Neemt u haar als..." "Ja", antwoordde Mijndert. "En u, Mijntje, neemt u Mijndert als uw..." "Ja", antwoordde Mijndert. "Dan bent u nu officieel met elkaar get..." "Ik weet het", zei Mijndert. "Dan mag u elkaar nu de kringspier opschuiven." Een man kwam aangelopen met een schaaltje met daarop twee kringspieren.
Mijndert en Mijntje waren getrouwd. Door de aanwezigen werd er kwistig met rijst gestrooid en buiten stond een vluchtauto klaar voor het gelukkige tweetal, waarmee ze meteen aan hun huwelijksreis konden beginnen. Toen Mijndert ermee wegreed, klonk er achter de auto het gebruikelijke gerammel en gekletter. Mijndert stopte, haalde Mijntje los van de trekhaak, waar ze met haar sleep aan vast zat en zette haar in de wagen.

Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!
Op een dag openbaarde zich bij Mijndert een aidspiemel. Ook Mijntje kreeg vlekken. Daarom begonnen ze allebei aan het Moerman-dieet. Na dit een half jaar gedaan te hebben, bleek het niet te helpen. Kwaad belden ze meneer Moerman op. "Ja, maar het Moerman-dieet is tegen kanker, niet tegen aids!", zei hij. "Oh", antwoordden Mijndert en Mijntje, "dat wisten we niet." Het was al te laat om nog iets anders te proberen.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Om een second opinion te krijgen, besloten Mijndert en Mijntje eens langs te gaan bij de beroemdste arts van Nederland, Joseph Luns. Deze ontdekte dat er een verkeerde diagnose gesteld was. Mijndert leed niet aan een aidspiemel maar had last van een besnijdenis in de middenste hersenhelft die vroeger plaatsgevonden had. Die had hij opgelopen toen hij eens in een krankzinnigengesticht verbleef. Het was een moeilijke tijd voor hem geweest. Hij werd steeds gekker. Eerst zag hij Mijntje aan voor Annie M.G. Schmidt, later zelfs voor majoor Boshardt en op een dag, het is niet te geloven, meende Mijndert de man van de SRV op bezoek te hebben. Maar Mijntje kwam hem trouw elke dag een bezoekje brengen. Na vijf weken werd hij ontslagen. Zijn kamer lag toen vol met bezoekjes.
De aanbevolen behandeling om van zijn verschijnselen af te geraken: electroshock of implantatie van menselijke embryo-hersencellen. Mijndert mocht samen met Mijntje kiezen welke van de twee behandelingen ze prefereerden. Mijntje zei: "Als ik jou was, zou ik die embryocellen nemen, want daar zitten niet zoveel calorieën in." Mijndert ging accoord en zo werd hij de operatiezaal ingereden. Onder narcose werd er met een scheermes een plakje van z'n schedelpan afgesneden, waarna het kranke hersenweefsel blootgelegd werd. Nu pakte men de embryo, schraapte met een theelepeltje diens hersenpan leeg en liet de pulp in Mijndert's brein lopen. "Gereed", zei de chirurg. Het plakje ging er weer op, alles werd dichtgenaaid en Mijndert werd weggereden. Toen hij bijkwam, zat Mijntje naast hem en hield z'n achterwerk vast. "Wie en waar ben ik?", vroeg Mijndert geschrokt. "Stil maar", suste Mijntje, "de operatie is geslaagd, de embryo-hersencellen zitten d'r in." Mijndert keek Mijntje bedenkelijk aan en zei toen: "Mamma! Mamma! Jij bent m'n mamma!" Hij probeerde van haar tiet te zuipen. "Ik stik!", riep Mijntje, "Hij denkt dat ik z'n moeder ben!" Dokter Luns kwam aangesneld. "Wat schijnt hier het probleem te zijn?", vroeg hij. "Pappa!", riep Mijndert, "Pappa en mamma!" "Ah, ik zie het al", zei Joseph Luns, "Door de embryocellen is hij weer in een babystadium en ziet ons voor z'n ouders aan. Heel interessant." Hij liep weg. "Pappa weg", zei Mijndert, "Mamma niet weg gaan. Mamma blijven." Mijntje besloot maar te doen alsof, in de hoop dat Mijndert spoedig weer normaal zou worden. Ze maakte haar stropdas los, haalde haar tiet eruit en liet Mijndert ertegen ademhalen. Ze tilde hem al ademhalend op en liep ermee naar huis. Helaas zou Mijndert nooit meer normaal worden, maar vijf jaar later, toen hij volwassen werd, liet Mijntje hem beloven dat hij haar in het openbaar nooit met moeder aan zou spreken. Daardoor waren alle problemen opgelost.
Mijntje nam Mijndert mee naar leerzame excursies om aan zijn educatie te werken. Zo bezichtigden zij eens een kerncentrale. Ze hadden tante Rug meegenomen. Na de rondleiding door de kerncentrale moesten de mensen langs de stralingsdetector. Als laatste ging Tante Rug. Er klonk een fluitje. "U bent besmet", zei de rondleider. Tante Rug vloekte. "Is er een dokter in de zaal?", riep een dokter. Tante Rug kreeg een aspirientje en alles was weer in orde, zei men. Even later kreeg zij last van een afvallende tong. Met haar tong in een plastic zakje zat ze in de wachtkamer van de dokter. Eindelijk was ze aan de beurt. Ze legde het zakje op het bureau van de arts. "Ik zal u doorverwijzen", zei hij. In het ziekenhuis constateerde men stralingsziekte. Tante Rug's oren werden geamputeerd en haar rechteroog werd weggenomen voor nader onderzoek. Een maand later moest ze weer opgenomen worden, wegens uitzaaiingen in de billen. Haar rug moest nu afgezet worden. Een jaar later kreeg ze vreselijke last van oververhitting. In het ziekenhuis ontdeden ze haar van een zieke aorta en blaas. Ook amputeerden ze voor de zekerheid haar schouders. Een week later moest ze weer opgenomen worden wegens de hik. De dokters constateerden astma. Na verwijdering van haar benen overleed ze geheel onverwachts een dag later: ze was een corpus non animus geworden.
Al die emoties deden Mijndert niet goed. Zijn neus begon te lopen. Opnieuw kon men hem in de behandelkamer van zijn huisarts aantreffen. "Dokter", zei Mijndert, "ik heb wat last van hooikoorts. Heeft u daar wat voor?" "Ik schrijf je een zelfmoordpil voor", zei de dokter. "Dokter", zei Mijndert, "sorry dat ik het zeg hoor, maar ik hoor zoveel gekke verhalen over al die middeltjes. Zit er geen schadelijke bijwerkingen aan?" "Helemaal niet", stelde de dokter hem gerust, "de pil doet alleen wat hij moet doen, zonder bijwerking." "Gelukkig", snapte Mijndert.
Maar, de pil had een heel andere uitwerking: Mijndert liep roze aan en kreeg de neiging om oude dametjes te laten schrikken. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis.
Mijndert begon te hallucineren. Hij zag een scharrelvarken een vrachtwagen besturen en bio-industrie varkens orchideeën kweken. "Ik ijl! Ik ijl!", riep hij. "Welnee, je ijlt", zei de dokter en hij ontsloeg Mijndert uit het ziekenhuis.
Thuis kwam Mijntje bij hem op bezoek. "Arch!", riep Mijndert ineens en stortte ter aarde. Mijntje besteedde eerst geen aandacht aan dit gebeuren, maar toen Mijndert blééf liggen, liep ze naar de telefoon en belde de huisarts. Toen die Mijndert onderzocht had en geen hartslag, geen polsslag, geen ademhaling, geen irisreflex, geen kniepeesreflex en geen REM-slaap bij hem kon ontdekken, belde hij een ambulance. In het ziekenhuis vertelde een arts aan Mijntje dat ze aan het ergste moest denken.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

"Dat maak ik zelf wel uit", zei ze. Mijndert moest dringend geopereerd worden, anders zou hij het niet halen.
"Gaat uw gang", zei Mijntje, "doe wat u niet laten kunt."
De arts ging aan de slag. Mijndert's buik werd opengesneden. Daar lagen zijn ingewanden. "Wat nu?", dacht de chirurg. Hij haalde Mijndert's lever eruit en legde hem op een weegschaal. Die wees negentig gram aan. "Deze man is geen geheelonthouder", wist de chirurg. De lever ging er weer in. Toen kwam Mijndert bij. "Waar ben ik?", wilde hij weten. Hij keek naar zijn buik. "Oh gut, oh gut!", riep hij hevig geschrokken. Hij sprong op en rende het ziekenhuis uit. "Kom terug!", riep de chirurg, hem achterna rennend, "Uw buik moet nog dichtgenaaid!"
"Jaja!", riep Mijndert terug, "Dat zeggen ze allemaal!" Hij sprong een bus in. De chauffeur, die oog in oog met Mijndert's organen kwam te staan, verloor uit schrik zijn rijbewijs. De bus reed een flatgebouw in. Er vielen zesenvijftig doden te betreuren. Daar was Mijndert niet bij, hij kwam met de schrik vrij. Hij keerde naar huis terug, waar hij het gebeurde aan Mijntje vertelde. Zij was erg onder de indruk en adviseerde Mijndert om voor de goede orde toch zijn buik te laten dichtnaaien. "Okee", zei Mijndert en vertrok naar het ziekenhuis.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

De volgende ochtend lag Mijntje bij de tandarts. Mijndert zat op een stoel en wachtte op zijn beurt. Tandarts Oster schraapte met een glasscherf langs de tanden en kiezen van Mijntje. "Autoprotolyseconstante 35X", zei hij tegen z'n assistente, "ionisatieconstante 4F." "Wat betekent dat nou?", vroeg Mijntje. Tandarts Oster verdoofde haar met uitlaatgassen. Daarna pakte hij een föhn en brandde een gat in de kies van Mijntje. De assistente maakte de natriumvulling klaar in een rubberen bakje. Mijndert bekeek dit alles met afgrijzen. Nadat de kies gevuld was, haalde de tandarts een grote schoenlepel tevoorschijn en lepelde de kies van Mijntje eruit. Bloedspatten vlogen in het rond. "Wat doet u nu?!", riep Mijndert verbaasd. "Ik lepel een kiesje eruit", zei tandarts Oster, "ziet u dat niet?" Hij propte een lendedoek in Mijntje's mond en vertelde haar dat ze een bijzonder plezierige indruk maakte. Mijndert hield het voor gezien en met Mijntje liep hij de behandelruimte uit. Mijntje kon vijf minuten lang niet meer praten.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Mijndert had besloten dierenarts geworden. Niet lang daarna zaten er vijfendertig mensen in de wachtkamer met hun huisdieren. Er klonk een stem, als teken dat de eerste de behandelkamer in mocht komen. Er kwam een angstige vrouw naar binnen gestapt. Mijndert herkende haar, het was Rita Corita met een zieke kruisspin. Mijndert legde hem op de behandeltafel. "Wat mankeert hij?", vroeg hij. "Ik geloof dat hij ziek is", lulde Rita maar een end raak. Mijndert pakte zijn stethoscoop en luisterde aan het dijbeen van de spin. "Ik hoor niks", dacht hij en zei: "Weet u ook misschien wàt hij heeft?" "Nee", zei Rita Corita. Mijndert dacht na en zei: "Kom maar eens terug als hij beter is, dan zien we wel weer verder." Rita riep de spin bij zijn naam. Hij heette Lex. Hij sprong van de tafel af en liep achter Rita aan de deur uit. Mijndert dacht: "Dit is wel weer genoeg geweest voor vandaag" en zei tegen Mijntje dat ze de wachtenden kon wegsturen.
Stuur je eigen verhaal op en het wordt ongecensureerd geplaatst op deze website!

Back to where I came from