ITIL : Information Technology Infrastructure Library
ITIL kent een aantal sets:
IT Infrastructuur slaat op het geheel van:
Componenten die deel uitmaken van de IT infrastructuur noemen we Configuratie Items CI's
Uitgangspunten ITIL:
Welke processen dienen in de organisatie gerealiseerd te worden voor beheer en exploitatie van de IT-Infrastructuur ten behoeve van een optimale dienstverlening aan de afnemers van de diensten tegen gerechtvaardige kosten?
Een ander is:
Een optimale dienstverlening aan de afnemers van IT-Diensten te
bieden tegen gerechtvaardige kosten.
Processen kunnen worden geordend naar Strategisch, Tactisch of Operationeel Niveau.
Op Strategisch niveau (lange termijn):
| Kwaliteitsbeheer Organisatie IT-Dienstverlening Planning en Rapportage Relatiebeheer afnemers Relatiebeheer Leveranciers Beleid en Ontwerp architectuur van de IT-infrastructuur
|
- - - - - -
|
(Quality
Management for IT Services) (IT Service Organization) (Planning and Control for IT Services) (Customer Liaision) (Managing Supplier Relationships) (IT Infrastructure Architecture Design & Policies) (Software Lifestyle Support) |
Op tactisch niveau (middellange termijn):
| Dienstenniveaubeheer
Extra: Uitbesteden beheer Onderhoudsbeheer Beveiligingsbeheer |
- - - - - - - - |
(Service Level
Agreement) (Capacity Management) (Availibility Management) (Contigency Planning) (Cost Management) (Facilities Management) (Third Party Maintenance) (Security Management) |
Op Operationeel Niveau (korte termijn):
| Configuratiebeheer
Extra: Testen van Software voor operationeel gebruik Installatie en Acceptatie van Apparatuur Computerbeheer Netwerkbeheer Lokaalbeheer Omgevingsbeheer |
- - - - - - - - - - - |
(Configuration
Management) (Help Desk) (Problem Management) (Change Management) (Software Control & Distrubution) (Testing Software for Operationel Use) (Computer Installation & Acceptance) (Computer Operations Management/ Unattendend Operations) (Network Services Management) (Management of Local Processors & Terminals) (Environmental Management) |
Configuratiebeheer (Configuration Management):
Doel:
Het ondercontrole brengen van de infrastrutuur. Het verzorgen van de informatievoorziening over de infrastructuur.
Een simpele inventarisatie van de aanwezige middelen is niet voldoende, omdat informatie ontbreekt over de samenhang en de ontwikkeling van de infrastructuur hierbij ontbreekt.
Voor een optimale benutting dient dit doel in de gehele organisatie bekent te zijn.
Een stabiele en betrouwbare IT-infrastructuur kan alleen bestaan door geautoriseerde componenten en wijzigingen toe te laten.
Configuratie Item ( CI ) : is een component dat
onderdeel is van, of direct gerelateerd is aan, de infrastructuur
(b.v. hardware, software, telefoons, procedures, overeenkomsten).
Configuratiebeheerdatabase (CDBD): Hierin zitten alle CIs.
Alvorens deze te vullen zal er moeten worden gekeken naar :
Dit alles heeft invloed op inventarisatiewerk of bijhoudwerk.
Activiteiten Configuratiebeheer:
Doel:
Incident: Elke gebeurtenis afwijkend van de (verwachte) standaardwerking van een systeem.
Incidenten worden beheerd door proces Helpdesk.
Naast meldingen van gebruikers kunnen ook storingen voorkomen waarvan de gevolgen niet direct zichtbaar zijn voor de gebruikers.
Incidenten kunnen onstaan in vijf domeinen:
Activiteiten van Helpdesk
Detectie en Registratie:
Classificatie en toewijzing:
Onderzoek en diagnose, oplossing en herstel:
Bij Functionele Escalatie: Horizontaal beroep op de organisatie voor oplossen problemen.
Bij Hierarchische Escalatie: Verticaal beroep op de organisatie voor oplossen probleem (geld/mensen).
Afsluiting: Afsluiting van een incident kan pas plaatsvinden
op het moment dat een voor de gebruiker
bevredigende oplossing is gevonden en doorgevoerd.
Probleembeheer (Problem Managment):
Doel:
Het achterhalen en wegnemen van fouten in de IT-infrastructuur
teneinde een zo hoog mogelijke stabiliteit
in de IT-dienstverlening te bereiken.
Bij elk incident dat plaatsvindt moet zo spoedig mogelijk het dienstenniveau hersteld worden.
Om de kwaliteit van de diensten op een hoger niveau te brengen zal een inspanning geleverd moet worden om de onderliggende oorzaak van de incidenten te achterhalen en weg te nemen.
Het achterhalen en wegnemen van fouten in de infrastructuur is het belangrijkste doel van probleembeheer.
Probleembeheer zorgt dus voor het wegnemen van structurele fouten.
Om te voorkomen dat IT-dienstverlening blijft bij
symptoonbestrijding wordt er onderscheid gemaakt tussen,
Incidenten, Problemen en Onderkende fouten.
Defenitie Probleem:
Een ongewenste situatie, geindentificeerd uit incidenten, die
indicatief is voor een
fout in de IT-infrastructuur.
Elk incident wordt toegewezen aan een probleem of er wordt een probleem gedefineerd.
Defenitie Onderkende Fout:
Een ongewenste situatie, met betrekking tot de IT-infrastructuur,
waarbij een bepaald CI geïndetificeerd is als
de oorzaak van een (potentiële) degradatie van het
IT-dienstenniveau.
Elke incident is het gevolg van een fout in de IT-infrastructuur.
Een onderkende fout (known error) moet door een wijziging
weggenomen worden. Probleembeheer zorgt ervoor
dat een wijzigingsvoorstel (request-for-change) naar Wijzigingsbeheer
gaat.
Matching:
Incident matching betekent dat incidenten worden vergeleken met de verzameling onderkende fouten en gedefinieerde problemen.
Door het matchen van incidenten krijgt probleembeheer tevens inzicht in het aantal incidenten dat zich voordoet t.o.v. bepaalde onderkende fouten of problemen waardoor weer beter bepaald kan worden hoe groot de noodzaak is van het werkelijk oplossen van het probleem.
Activiteiten van Probleembeheer:
Incidentenbeheer: Als een incident niet aan een probleem kan
worden toegewezen dan moet dit alsnog worden gedaan en
moet door onderzoek en diagnose een tijdelijke oplossing gevonden
worden.
Aan elk incident ligt een fout ten grondslag. Daarbij is registratie van kenmerken zeer belangrijk.
Classificatie:
De prioriteit wordt bepaald door:
Foutbeheer heeft als resultaat "een onderkende fout"
te verhelpen of de gevolgen ervan te
mimimaliseren.
Pas wanneer de evaluatie van een geïmplementeerde wijziging
heeft plaatsgevonden en
wanneer is vastgesteld dat de oorzaak van de incidenten inderdaad
is weggenomen kan
de onderkende fout worden afgesloten.
Rapportage richt zich op:
De frequentie en de duur van incidenten en problemen is een
belangrijke bron van informatie voor
controle van de overeengekomen dienstenniveau.
Wijzigingsbeheer (Change Management):
Doel:
Zekerstellen dat gestandariseerde methoden en technieken
gebruikt worden voor een efficiënte en
directe afhandeling van alle wijzigingen, zodat aan wijziging
gerelateerde problemen voorkomen worden.
Wijzigingen komen niet alleen voor in programmatuur en
apparatuur, maar ook in documentatie,
overeenkomsten en procedures.
Om de IT-dienstverlening zo goed mogelijk te laten verlopen,
is het van groot belang dat wijzigingen
zonder fouten en verkeerde beslissingen worden doorgevoerd.
Defenitie Wijziging:
Een handeling die leidt tot een nieuwe status van een of meerdere CIs uit de IT-infrastructuur.
Wijzigingen met als gevolg een statuswijziging van een of
meerdere configuratie-items moeten
wel onder controle worden uitgevoerd.
Wijzigingstraject:
Activiteiten Wijzigingsbeheer:
Classificatie bestaat uit een prioriteit en categorie.
De beoordelings- en Planningcommisie samenstelling is
afhankelijk van de categorie wijzigingen
die besproken worden.
Coordinatie: Na formele autorisatie van het wijzingsvoorstel
kan begonnen worden met de realisatie,
test en implementatie van de wijziging.
Evaluatie van de wijziging vindt plaats op de aspecten:
omvang, inspanning, planning, resultaat en kwaliteit.
Na de evaluatie wordt de wijziging afgesloten.
Programmatuurbeheer (Software Control & Distribution):
Doel:
Het zekerstellen van alle programmatuur-items en de garantie
dat alleen geteste en juiste versies
van geautoriseerde programmatuur beschikbaar worden gesteld voor
de exploitatie.
In tegestelling tot configuratiebeheer wordt niet vermeld waar
de originele programmatuur aanwezig is,
maar wordt de originele programmatuur opgeslagen in een
bibliotheek.
Definitie Programmatuur-Item:
Een logisch geheel van systeem- of toepassingsprogrammatuur,
indien mogelijk in de vorm van broncode,
plus daarbij behorende documentatie.
Het is van belang dat alle programmatuur onderwerp van Programmatuurbeheer gemaakt worden.
Onder een programmatuur-uitgave wordt verstaan het geheel van
nieuwe, gewijzigde of
bestaande programmatuur-items dat op een moment beschikbaar wordt
gemaakt voor explotatie.
Delta-uitgave :
Alleen de werkelijk gewijzigde programmatuur-items worden
vervangen
Volledige uitgave:
Alle programmatuur-items worden op uitgavenniveau vervangen.
Programmatuur-items
die niet gewijzigd zijn, maar wel deel uitmaken van de uitgave,
worden ook betrokken
in de wijziging.
Gebundelde uitgave:
Meerdere wijzigingen worden gegroepeerd. Er zijn vier
programmatuur omgevingen:
Kopieën van een programmatuur-items mogen tegelijkertijd
slechts in één van de hierboven genoemde
omgevingen aanwezig zijn.
Versiebeheer:
Het eerste nieveau wordt gebruikt voor significante
functionele wijzigingen, het tweede niveau voor wijzigingen
als gevolg van onderhoud en verbetering van kleine fouten.
Activiteiten Programmatuurbeheer:
Beheer programmatuurbibliotheek: Er op toezien dat
kopieën van de juiste versie ter beschikking
worden gesteld. Een kopie mag slechts in één omgeving
tegelijkertijd aanwezig zijn.
Een Programmartuurbibliotheek kan bijvoorbeeld bestaan uit een
kluis met daarin een disk
waarop zich de originele broncode van de software bevindt. In de
CBDB wordt aangegeven
in welke kluis de broncode is opgeborgen en in welke omgeving een
kopie is geplaatst.
Dienstenniveaubeheer (Service Level Management):
Doel:
Het, in een goed samenwerkingverband tussen aanbieder en
afnemer, zorgdragen voor het
overeenkomen en bewaken van een optimaal niveau van
IT-dienstverlening.
Niet aan elke wens kan of mag invulling worden gegeven. Het
proces Dienstenniveaubeheer is ingericht
om de behoefte van de afnemer af te stemmen op de mogelijkheden
die de IT-organisatie kan bieden.
Afnemer en IT-oraganisatie sluiten in overleg overeenkomsten af, zodat ieder weet waarmen aan toe is.
De IT-organisatie dient van te voren te bepalen welke diensten
ze kunnen leveren, dit wordt weergegeven
in een dienstencatalogus.
Waarom Dienstniveaubeheer ?
De IT-organisatie dient van te voren te bepalen welke diensten
ze kunnen leveren,
dit wordt weergegeven in een dienstencatalogus.
Vanuit de afnemer gezien is de IT-organisatie een van de leveranciers van produkten en diensten.
Activiteiten van Dienstenniveaubeheer:
Dienstencatalogus (Service Catalogue):
Onderdeel van de Catalogus zijn de Dienstenniveauspecificaties (Service Level Requirements).
Er kunnen een drietal contracten worden onderscheiden:
De laatste 2 zijn nodig om de eerste te kunnen afsluiten.
In een dienstenniveau-overeenkomst worden alleen onderwerpen
beschreven die gemeten,
beïnvloed en gecontroleerd kunnen worden. Het heeft geen zin om
zaken in de overeenkomst
vast te leggen waarop de afnemer noch de leverancier enig invloed
op kan uitoefenen.
Beschikbaarheidsbeheer (Availability Management):
Beschikbaarheid is een van de belangrijkste kwaliteitsaspecten
van een IT-dienst.
IT diensten moeten daarom in het bezit zijn van een hoge
betrouwbaarheid en
het vermogen om snel te kunnen herstellen.
Doel:
Het waarborgen van de met de opdrachtgever overeengekomen
beschikbaarheid van
IT-diensten door de juiste inzet van middelen, methoden en
technieken.
Waarom Beschikbaarheidsbeheer ?
Hoe minder storingen voorkomen, hoe lager de kosten zijn en dat is beter voor de organisatie.
Termen:
Drie soorten onderhoud:
Algehele beschikbaarheid wordt bereikt door:
De overeengekomen tijd is de hoeveelheid tijd die een
IT-Dienst maximaal beschikbaar zou kunnen zijn
binnen een vooraf bepaalde meetperiode.
Om een systeem zo lang mogelijk beschikbaar te houden zijn er twee benadering:
Begrippen :
Indien een extern bedrijf het incident moet oplossen start het
incident op het moment
dat het daar gemeld wordt.
Activiteiten beschikbaarheid:
Capaciteitsbeheer (Capacity Management):
Doel:
Het zorgdragen voor een optimale inzet van IT-middelen ten
behoeve van de
met de opdrachtgever overeengekomen prestaties
Dit wordt bepaald aan de hand van de volgende informatie:
Waarom Capaciteitsbeheer ?
Binnen Capaciteitsbeheer wordt gebruik gemaakt van de CapaciteitsBeheerDataBase
(CBDB).
Deze database vormt een belangrijk hulpmiddel bij de uitvoering
van het proces Capaciteitsbeheer.
De database is opgebouwd uit technische, bedrijfseconomische en
organisatorische gegevens.
De gegevens worden gebruikt om voorspellingen en planningen te
maken .
Delen van de inhoud van de database komen over een met die van
bijvoorbeeld de configuratiebeheerdatabase.
Activiteiten Capaciteitsbeheer:
Inhoud Capaciteitsplan:
Calamiteitenbeheersing (Incident Control):
Deze beschrijft alle activiteiten die uitgevoerd moeten worden
om de IT-dienstverlening te herstellen
na gedeeltelijke of gehele uitval ten gevolge van een calamiteit.
Verder verschaft het richtlijnen over
het in werking treden van een calamiteitenplan en uitvoering van
vastgestelde instructies.
Doel:
Het zorgdragen voor het zo spoedig mogelijk herstellen van de IT-dienstverlening na een calamiteit.
Calamiteit (Disaster):
Een ongeplande situatie waarbij verwacht wordt dat de duur van
het niet beschikbaar zijn van
één of meer IT-diensten afgesproken drempelwaarden zal
overschrijden.
Waarom Calamiteitenplanning ?
Oorzaken kunnen diversen zijn maar wat opvalt is dat de meeste
onstaan door storingen: 46%
en bij diefstal 25%.
Activiteiten Calamiteitenplanning:
Wijzigingen in het calamiteitenplan worden gecoördineerd door
wijzigingsbeheer.
Het calamiteitenplan kan immers als een CI worden
beschouwd.
Risico-Analyse en -Beheer :
Bezittingen |
Bedreigingen |
Kwetsbaarheden |
|
Risico |
|
|
|
Risico's |
|||
Risico |
|
||
Tegenmaatregelen |
Onderdelen Calamiteitenplan :
Financieëlbeheer (Cost Management):
Doel:
Inzichtelijk maken, bewaken en eventueel doorberekenen van de kosten van IT-diensten aan de klanten.
Waarom Kostenbeheer ?
Kostenbeheersing richt zicht zich primair op de
IT-oraganisatie met als doel gedetaïlleerde informatie
te leveren over de kosten die gemaakt worden binnen de
IT-Organisatie.
Doorbelasting (Charging) :
Doorbelasting richt zich op de klanten van de IT-organisatie
met als doel het verhalen van de kosten
van de IT-organisatie op de klanten of het bevorderen van het
besef bij klanten van de kosten
die gemoeid zijn met het leveren van de IT-diensten.
Kostenbeheersing (Costing) :
Deze is opgebouwd uit directe en indirecte kosten.
Via een verdeelsleutel worden de kosten toebedeeld.
Kostenplaatsenmethode (Acitvity Based Costing) :
Onderzoekt uit welke activiteiten de kosten onstaan, deze activiteiten worden kosten veroorzakers genoemd.
Doorbelasting :
Dienstverlening :
Defenitie:
Het dienstverleningsproces is een combinatie van produktie en
consuptie, waarin aanbieder en afnemer
gelijktijdig deelnemen.
Diensten onderscheiden zich van produkten door:
We vragen ons het volgende af :
Klanten hebben een bepaalde verwachting, als het resultaat
voldoet aan de verwachting dan zal de klant
positief over de dienstverlening zijn.
De tevredenheid is dus afhankelijk van de geleverde prestatie of deze voldoet aan de verwachting.
Dienstverlening op maat:
4 Niveaus :
Kwaliteitszorg en Kwaliteitsborging (Quality Control - QC & Quality Assurance - QA) :
Kwaliteitsborging ontlast de organisatie niet van de verantwoordelijkheid tot kwaliteitszorg.
Procesbeheersing :
Doordat we meer inzicht krijgen in de deelprocessen is het
mogelijk om deze efficienter in te richten
en effectiever op elkaar te laten aansluiten.
Het effectiever maken van deze interactie zal in veel gevallen
weer leiden tot verhoging van de efficientie
in de totale organisatie.
Procedures:
Op schrift gezette afspraken tussen afdelingen die betrekking
hebben op het uitvoeren van
routine-activiteiten met de daarbij behorende beslissings- en
registratie momenten.
Vanuit de procedures is er een aansluiting op de functie beschrijvingen.
Managementinformatie :
Om processen beheersbaar te maken dient de juiste informatie
aan het management opgeleverd te worden.
Deze informatie dient zowel om de deelprocessen efficiënt en
effectief in te richten, als het om de
betreffende deelporocessen horizontaal op elkaar af te stemmen.
Evaluatie en Audit :
Er zijn twee manieren om de effectiviteit en efficiency van
het dienstverlenend proces bevestigd te krijgen.
Deze zijn de review en de audit.
De review wordt door betrokkenen zelf gedaan.
Hierbij worden de processen getoetst aan intern geformuleerde
normen.
Een audit wordt door een onafhankelijke instantie gedaan.
Certificering :
ISO-9003
Deze normen zijn toepassing op het realiseren van voorgeschreven
eisen met betrekking tot de eindkeuring en beproeving.
ISO-9002
Normen waarmee tekortkomingen gedurende het vervaardigen en
installeren van een produkt voorkomen worden.
ISO-9001
Hierin zijn de eisen vastgelegd om fouten in alle stadia, van
ontwerp tot en de nazorg, te voorkomen.
Met dank aan R.B. Koekoek
rb080468@worldonline.nl